Veelgestelde vragen over de ziektes die de hielprik opspoort

  1. Welke ziektes worden opgespoord?
  2. Wat zijn de gevolgen van de ziektes?
  3. Zijn de ziektes te genezen?
  4. Zijn de ziektes erfelijk?
  5. Wat is sikkelcelziekte?
  6. Wat betekent het als mijn kind drager is van sikkelcel?
  7. Kan ik informatie over dragerschap weigeren?
  8. Wat gebeurt er als een afwijkende uitslag wordt gevonden?
  9. Wat is taaislijmziekte (cystic fibrosis)?

1. Welke ziektes worden opgespoord? 

Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op verschillende ziektes: een ziekte van de schildklier, een ziekte van de bijnier, vormen van bloedarmoede (hemoglobinopathieën), taaislijmziekte (cystic fibrosis) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste van deze ziektes zijn erfelijk en komen niet vaak voor. Bekijk een overzicht van alle ziektes die de hielprik opspoort.

Naar boven


2. Wat zijn de gevolgen van de ziektes?

Elke ziekte heeft weer andere gevolgen. In het algemeen brengen ze zeer ernstige schade toe aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van uw kind.

Naar boven


3. Zijn de ziektes te genezen?

Nee, de ziektes zijn niet te genezen. Ze zijn wel te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet.

Naar boven


4. Zijn de ziektes erfelijk?

Als uit de hielprik blijkt dat een kind een ziekte heeft, betekent dit meestal dat de ouders drager zijn van die ziekte. Dragers hebben de ziekte zelf niet. Maar dragerschap kan wel gevolgen hebben voor een eventuele volgende zwangerschap. Uw verloskundige of huisarts kan u hier meer over vertellen. Lees verder over erfelijkheid en dragerschap.

Naar boven


5. Wat is sikkelcelziekte?

Sikkelcelziekte is een erfelijke vorm van bloedarmoede. Kijk voor meer informatie in het informatieblad Sikkelcelziekte.

Naar boven


6. Wat betekent het als mijn kind drager is van sikkelcel?

Kinderen merken er niets van dat ze drager zijn. Ze worden er niet ziek van. Als blijkt dat uw kind drager is van sikkelcel, dan betekent dit dat minstens één van beide ouders ook drager is van deze ziektes. Als dit zo is, ontvangt u hierover bericht via de huisarts. Kijk voor meer informatie in de folder Uw kind is drager van sikkelcel.

Naar boven


7. Kan ik informatie over dragerschap weigeren?

Wilt u niet weten of uw kind drager is? Vertel dit aan degene die de hielprik uitvoert. Hij of zij zal u vragen een paraaf te zetten op de hielprikkaart die wordt ingevuld tijdens de hielprik.

Naar boven


8. Wat gebeurt er als een afwijkende uitslag wordt gevonden?

Eerst is meer onderzoek nodig. Uw huisarts zal u hierover informeren. Voor dit vervolgonderzoek is het vaak van belang dat u binnen 48 uur een ziekenhuis bezoekt. Pas daarna is duidelijk wat er precies aan de hand is. Het kan dus ook zijn dat uw kind niets mankeert. 

In het ziekenhuis wordt uw kind onderzocht. In het ziekenhuis hoort u wanneer u de uitslag van het vervolgonderzoek krijgt. Het kan zijn dat uw kind even in het ziekenhuis moet blijven.

Naar boven


9. Wat is taaislijmziekte (cystic fibrosis)?

Taaislijmziekte of cystic fibrosis is een erfelijke ziekte die ervoor zorgt dat op verschillende plekken in het lichaam dikker en taaier slijm gemaakt wordt. Dit dikke en taaie slijm veroorzaakt problemen in de longen en de darmen. Kijk voor meer informatie in het informatieblad Cystic Fibrosis.

Naar boven

Ouders lezen infoblad ziektes hielprik

Home / Onderwerpen / H / Hielprik / Veelgestelde vragen over de ziektes die de hielprik opspoort

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu