Nader gebruik hielprikmateriaal

Dit gedeelte van de website bevat belangrijke informatie voor onderzoekers en medisch specialisten die een verzoek willen indienen tot het nader gebruik van restant hielprikmateriaal.

Direct naar:

Verzoeken tot gebruik restant hielprikmateriaal

Verzoeken tot het gebruik van restant hielprikbloed kunnen worden verdeeld in drie categorieën:

  1. het gebruik van tot het kind herleidbaar hielprikmateriaal van een individueel kind voor nader diagnostisch onderzoek van het betreffende bloed;
  2. het gebruik van tot het kind herleidbaar hielprikmateriaal voor een wetenschappelijk onderzoeksproject;
  3. het gebruik van anoniem hielprikmateriaal voor een wetenschappelijk onderzoeksproject.

Voor verzoeken tot gebruik van hielprikmateriaal voor nadere diagnostiek (categorie 1) kunt u direct contact opnemen met het RIVM-IDS (referentielaboratorium), via neoscreen@rivm.nl. Lees voordat u een verzoek indient zorgvuldig de procedure verzoek nader gebruik hielprikmateriaal t.b.v. diagnostiek.
Verzoeken tot gebruik van hielprikmateriaal ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek (categorie 2 en 3) dienen te worden ingediend bij de Werkgroep Onderzoek Neonatale Hielprikscreening. Lees voordat u een verzoek indient zorgvuldig de procedure verzoek nader gebruik hielprikmateriaal t.b.v. wetenschappelijk onderzoek.

Vergaderdata Werkgroep Onderzoek

Vergaderdata 2017 Deadline in te leveren stukken
23 maart 9 maart
29 juni 15 juni
21 september 7 september
14 december 30 november

Naar boven

Algemene Voorwaarden

Het RIVM stelt per 1 juni 2017 voorwaarden aan het nader gebruik van hielprikmateriaal. Bij een verzoek voor restant hielprikmateriaal ná deze datum dienen de ‘Algemene Voorwaarden nader gebruik hielprikmateriaal’ te worden geaccepteerd, alvorens een verzoek in behandeling wordt genomen.

Naar boven

Informed consent

Voor verzoeken uit categorie 1 en 2 dient de ouders om toestemming te worden gevraagd en verkregen. Aanbevolen wordt hiervoor gebruik te maken van de toestemmingsverklaring die het RIVM hiervoor heeft ontwikkeld.

Voor categorie 1 maakt u gebruik van het toestemmingsformulier voor diagnostiek.

Voor categorie 2 maakt u gebruik van het toestemmingsformulier voor onderzoek. Vraag de ouders pas om toestemming nadat het projectvoorstel door de Werkgroep Onderzoek is gehonoreerd. Mocht u gebruik willen maken van een eigen toestemmingsverklaring, bijvoorbeeld in verband met een WMO-plichtig onderzoek, dan dient deze tenminste te expliciteren:

  • De reden waarvoor het hielprikmateriaal wordt opgevraagd
  • (Indien van toepassing) Titel van het onderzoek
  • Voor- en achternaam kind
  • Geboortedatum kind
  • Geboorteplaats kind
  • Huidig woonadres kind
  • Naam en handtekening ouders/voogd (inclusief datum en plaats)

Het komt voor dat er twee kinderen met dezelfde voor- en achternaam worden geboren op dezelfde dag. Daarom is het belangrijk dat meerdere identificerende gegevens verstrekt worden.

De RIVM-format toestemmingsformulieren bevatten gemarkeerde velden. Deze dienen door de onderzoeker of medisch specialist te worden ingevuld voordat het formulier wordt ingevuld door de ouders/voogd.

Ouders kunnen ook zelf de hielprikkaart van hun kind opvragen, bijvoorbeeld om de kaart in eigen beheer te bewaren of om deze te (laten) vernietigen. Hiervoor is eveneens een toestemmingsformulier ontwikkeld. Het formulier dient te worden ondertekend door de gezaghebbende ouders en te worden verstuurd aan het RIVM-referentielaboratorium via neoscreen@rivm.nl. Het RIVM-referentielaboratorium controleert het gezag in het gezagsregister.

Naar boven

 

Documenten voor nader gebruik hielprikmateriaal

Home / Onderwerpen / H / Hielprik: professionals / Nader gebruik hielprikmateriaal

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu