Factsheet Promotie wandelen van ouderen

Een campagne via de commerciële media om bewegen (wandelen) bij ouderen te stimuleren ter preventie van gezondheidsproblemen

Het gezondheidsprobleem

Onvoldoende bewegen verhoogt de kans op bepaalde ziekten, op een minder gunstig beloop van ziekten en op vroegtijdige sterfte. Er bestaan overtuigende bewijzen voor de positieve effecten van lichamelijke activiteit op het lichaamsgewicht, het vetpercentage, het cholesterolgehalte, de glucosetolerantie, de insulinegevoeligheid en de botdichtheid. Ongeveer 6% van de totale sterfte kan worden toegeschreven aan lichamelijke inactiviteit. Door toename van lichamelijke activiteit is dus grote gezondheidswinst mogelijk. Naar schatting voldoet ongeveer 56% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) waarin voor volwassenen aangeven staat dat vijf tot zeven dagen per week 30 minuten per dag tenminste matig intensief moet worden bewogen. Jongeren tot 18 jaar wordt geadviseerd elke dag een uur tenminste matig intensief te bewegen. De Nederlandse bevolking beweegt vanuit gezondheidsoogpunt dus onvoldoende, en daarom is het belangrijk lichamelijke activiteit te bevorderen.

Huidig beleid

Nederland kent een groot aanbod van activiteiten op het gebied van lichamelijk activiteit. Het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) bijvoorbeeld heeft als doel om te-weinig-actieven meer en structureel in beweging te brengen. Dit gebeurt niet alleen via de sportvereniging, maar ook in de eigen woonwijk, op school en op het werk. Het NASB is een gezamenlijk initiatief van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB), NOC/NSF en VWS (NISB). Het NASB is onderdeel van een breder sportprogramma van VWS. Dit programma loopt in de periode 2006-2010 en is gebaseerd op de nota Tijd voor Sport (VWS). Andere voorbeelden van nationale initiatieven zijn de 30-minuten-bewegen-campagne, en 'Nederland in Beweging!', waaronder onder andere 'NiB-tv' voor volwassenen en ouderen en de landelijke campagne '55-plus in Beweging!' vallen.

Ook op regionaal en lokaal niveau worden er interventies aangeboden. Een belangrijk hulpmiddel hierbij voor de GGD-en is de zogenaamde 'leeflijn overgewicht'. Deze leeflijn omvat een basispakket preventie van overgewicht met een mix van ingrediënten voor verschillende leeftijdscategorieën.

Nieuwe interventie

Een campagne gericht op het stimuleren van 30 minuten wandelen per dag bij mensen in de leeftijd van 50-65 jaar. De campagne bestaat uit verschillende typen interventies, zoals adverteren via de commerciële media, speciale PR activiteiten om extra media aandacht te trekken en voorlichtingsactiviteiten in verschillende settings, zoals de werkplek, kerken en lokale organisaties. De inhoud van de campagne is gebaseerd op de 'planned behavior' theorie; eerst is onderzocht binnen de doelgroep welke waarden en normen mensen die onvoldoende bewegen hebben met betrekking tot bewegen. Hieruit bleek dat deze mensen wel weten dat meer bewegen goed voor hun gezondheid zou zijn, maar dat ze het idee hadden niet voldoende controle te hebben over hun dagindeling. De centrale boodschap in de campagne werd vervolgens hierop afgestemd; doel was het gevoel van controle te verbeteren (Reger et al., 2002).

Effectiviteit nieuwe interventie

De effectiviteit van de interventie werd onderzocht middels een quasi-experimenteel design. Een interventie en een controle stad werden geselecteerd (in de USA). Deze steden hebben een vergelijkbare geografische ligging en een vergelijkbare demografische opbouw van de populatie. Ze hebben echter gescheiden lokale media. Metingen van het aantal wandelende ouderen in de stad waar de interventie geïmplementeerd werd lieten een toename van het aantal volwassen wandelaars van 23% zien vergeleken met de baseline meeting, terwijl in de controle groep 6% minder volwassen wandelaars geobserveerd werden. Van de ouderen die bij de baseline meeting niet of nauwelijks bleken te bewegen, rapporteerde in de interventiegroep 32% dat ze na de interventie 30 minuten per dag wandelden met een matige intensiteit, versus 18% van deze ouderen in de controlegroep (zelfrapportage op basis van telefonische interviews). De interventiegroep rapporteerde ook een statistisch significant positief effect op intentie om te gaan bewegen en ervaren gevoel van controle. Voor de controlegroep waren er geen verschillen tussen de pre- en posttest metingen voor deze parameters. De metingen werden direct na de interventie uitgevoerd; er werd geen bewijs verzameld over de effectiviteit van de interventie op langere termijn (Reger et al., 2002).

Kosteneffectiviteit nieuwe interventie

Kosteneffectiviteit voor de interventie is berekend middels een Markov model met een tijdshorizon van 40 jaar (populatie 25-64 jaar). De Incrementel Cost-Effectiveness Ratio (ICER) is $14,286 (2008€12,572) per gewonnen QALY (interventie vergeleken met geen interventie). Wat betreft het effect van deze interventie werd aangenomen dat de hoeveelheid beweging in het tweede jaar na de interventie met 50% zou afnemen. Voor de jaren daarna werd een 'natural history model' toegepast. Dit modelleert de algehele vermindering van activiteit ten gevolge van het ouder worden. Er is een probabilistische sensitiviteitanalyse uitgevoerd. Hieruit bleek dat er ongeveer 70% kans is dat de ICER onder de $25,000 ligt, en ongeveer 90% dat deze onder de $50,000 ligt. (Roux et al., 2008).

Economische evaluaties gepubliceerd na verschijnen factsheet

Chen et al., 2008

Home / Onderwerpen / K / Kosteneffectiviteit van preventie / Economische evaluaties / Factsheet Promotie wandelen van ouderen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu