Factsheet Gelijktijdig screenen op dikkedarmkanker en aneurysma van de aorta abdominalis met behulp van CT

Gelijktijdig screenen op dikkedarmkanker en aneurysma van de aorta abdominalis met behulp van CT

Het gezondheidsprobleemDikkedarmkanker (colon- en rectumkanker) is één van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. Na borstkanker is het de belangrijkste vorm van kanker bij vrouwen, en na prostaat- en longkanker de belangrijkste kanker bij mannen. In 2003 stond dikkedarmkanker in Nederland op de 8e plaats in de lijst van doodsoorzaken (Poos, 2006).

In Nederland werd in 2006 bij 11231 personen darmkanker vastgesteld. Voor de algemene bevolking is de kans om ooit gedurende het leven darmkanker te krijgen vier tot vijf procent. De vijfjaarsoverleving is gemiddeld 59 procent, maar hangt sterk af van de uitgebreidheid van de ziekte wanneer de diagnose wordt gesteld. Is de tumorgroei nog beperkt tot het slijmvlies van de darmwand (stadium I), dan is de vijfjaarsoverleving 94 procent; heeft de tumor uitzaaiingen op afstand (stadium IV), dan is die nog maar 8 procent (Gezondheidsraad, 2009).

Het aneurysma van de abdominale aorta (AAA) is een lokale verwijding van de lichaamsslagader (aorta) in de buik (het abdomen). Bij een dergelijke verwijding ondervindt men over het algemeen weinig of geen klachten. Echter, de verwijde slagader kan scheuren waarna de patiënt binnen enkele minuten kan doodbloeden. In 2000 werd op basis van een bevolkingsonderzoek het aantal personen van 55 jaar en ouder met een AAA geschat op 86.000. In 2000 waren er 6.842 ziekenhuisopnamen vanwege een AAA, en overleden 830 personen ten gevolge van een AAA. Waarschijnlijk is het werkelijke aantal hoger, omdat bij snelle verbloeding de doodsoorzaak vaak onopgehelderd blijft.

Huidig beleid

Er is in Nederland nog geen bevolkingsonderzoek gericht op de vroege opsporing van dikkedarmkanker. Op dit moment vindt vroege opsporing in Nederland alleen plaats onder mensen met een verhoogd risico op dikkedarmkanker. Recent hebben drie proefbevolkingsonderzoeken plaatsgevonden, die gebruikmaakten van verschillende technieken om dikkedarmkanker op te sporen, zoals coloscopie, sigmoïdoscopie, en verschillende typen van de Fecal Occult Blood Test (FOBT) (Schrijvers and Ballegooien). Gebaseerd op de uitkomsten van deze onderzoeken bracht de Gezondheidsraad in november 2009 een advies uit aan de minister. De Raad adviseert mannen en vrouwen in de leeftijdscategorie 55-75 jaar een twee­jaarlijks screening te laten ondergaan op basis van de iFOBT (immunochemische Fecaal Occult Bloed Test) (Gezondheidsraad, 2009). Het besluit van de minister naar aanleiding van dit advies is nog niet bekend.

Er vindt in Nederland geen bevolkingsonderzoek plaats naar AAA. Wel vindt er opportunistische screening plaats; de Nederlandse Vereniging voor Radiodiagnostiek beveelt sinds eind 1989 aan om bij alle patiënten die voor het eerst een echografisch onderzoek van de buik ondergaan, naast het symptoomgerichte onderzoek ook een routinematige screening van de gehele buik, waaronder de aorta, te verrichten. De Gezondheidsraad komt in 2006 tot de conclusie dat er nog onvoldoende bewijs is om te concluderen of screening nuttig is (Gezondheidsraad, 2006).

Nieuwe interventie

Het eens per 10 jaar screenen van mensen van 50-80 jaar middels een abdominale CT op (voorstadia van) dikkedarmkanker en AAA.

De interventie behelst daarnaast ook het (gelijktijdig) screenen op andere typen kanker die met een abdominale CT ontdekt zouden kunnen worden, te weten eierstokkanker, kanker aan de nier, alvleesklierkanker, leverkanker en longkanker. Omdat de eerste vier kankersoorten niet zo vaak voorkomen en dus relatief een geringe ziektelast vertegenwoordigen, zijn ze in het uitwerken van deze interventie verder buiten beschouwing gelaten. Longkanker is hier ook buiten beschouwing gelaten, omdat er geen bewijs is over de effectiviteit van een abdominale CT voor het detecteren van longkanker. In het kosteneffectiviteitmodel voor deze interventie bleek het detecteren van deze buiten de dikke darm gesitueerde kankers overigens ook weinig bij te dragen aan de behaalde gezondheidswinst.

Effectiviteit nieuwe interventie

In een meta-analyse met 24 studies (4181 patiënten totaal) werd geconcludeerd dat CT afdoende sensitief en specifiek lijkt voor het detecteren van grote en middelgrote poliepen. Bij screenen op grote poliepen was de sensitiviteit 93% en de specificiteit 97%, bij screenen op grote en middelgrote poliepen waren sensitiviteit en specificiteit beiden 86%. Het was niet mogelijk conclusies te trekken over de effectiviteit van CT voor het detecteren van poliepen van alle groottes omdat de studies hiervoor te divergerende resultaten lieten zien. CT bleek uiterst effectief in het detecteren van symptomatische kanker; van de 150 tumoren werden er 144 gedetecteerd (sensitiviteit 95.9%) (Halligan et al., 2005). In een andere meta-analyse, waarin 33 studies met een totaal van 6393 patiënten werden geanalyseerd werden wat betreft de sensitiviteit iets minder gunstige resultaten gevonden; sensitiviteit van CT voor het detecteren van kleine poliepen was hier 48%, voor het detecteren van kleine en middelgrote poliepen 70% en voor het detecteren van poliepen van alle groottes 85%. De specificiteit was in deze meta-analyse 92% voor het detecteren van kleine poliepen, 93% voor het detecteren van kleine en middelgrote poliepen en 97% voor het detecteren van poliepen van alle groottes (Mulhall et al., 2005).

Er is geen empirisch bewijs voor de effectiviteit van CT voor het detecteren van AAA. De auteurs van de kosteneffectiviteitstudie gebruiken in hun model klaarblijkelijk de effectmaat voor echo. Voor de effectiviteit van echo voor het detecteren van AAA is afdoende bewijs. Een grote RCT naar het effect van screening op AAA met behulp van een abdominale echo laat bijvoorbeeld een sterftevermindering zien van 42% (Ashton et al., 2002). Aangenomen mag worden dat de effectiviteit van echo een conservatieve schatting is voor de effectiviteit van CT.

Kosteneffectiviteit nieuwe interventie

Een Markov model werd gebruikt om de kosteneffectiviteit te bepalen. Er werd gemodelleerd voor een cohort van 100,000 mensen van 50-80 jaar. De toegepaste tijdhorizon was levenslang. Zowel directe als indirecte kosten verbonden aan screening werden meegenomen in het model. Screenen middels CT werd vergeleken met 3 andere scenario's: geen screening, coloscopie, en coloscopie gecombineerd met echo onderzoek naar AAA. De ICER voor CT versus niet screenen was $12.025 (2008€10582) per gewonnen levensjaar. Bij het vergelijken van CT met coloscopie, en bij het vergelijken van CT met de combinatie coloscopie en echo, was het CT-scenario dominant (= effectiever en goedkoper). De winst komt vooral door het verminderen van sterfgevallen door AAA. De sensitiviteitsanalyse laat zien dat de ICER vooral afhankelijk is van de sensitiviteit van CT voor het detecteren van grote poliepen en van de interventiekosten (Hassan et al., 2008).

Economische evaluaties gepubliceerd na verschijnen factsheet

Pickhardt et al., 2009

Home / Onderwerpen / K / Kosteneffectiviteit van preventie / Economische evaluaties / Factsheet Gelijktijdig screenen op dikkedarmkanker en aneurysma van de aorta abdominalis met behulp van CT

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu