Factsheet Screenen op het postnatale depressiesyndroom

Het gezondheidsprobleem

Een postnatale depressie is een psychiatrische stoornis van een moeder die net bevallen is van een kind. De symptomen van een postnatale depressie bestaan uit een sombere of prikkelbare stemming, die soms gepaard gaat met angst of rusteloosheid. Vrouwen voelen zich vaak in de avond somberder dan overdag. Vrijwel altijd komen er schuldgevoelens bij in relatie tot het kind. Het gevoel bestaat dat de moeder het niet voldoende zorgt voor het kind en onvoldoende van haar kind houdt (Klompenhouwer & van Hulst, 1994). De prevalentie van een postnatale depressie bedraagt in Nederland ongeveer 10% (Engels & Haspels, 2003). Een postnatale depressie kan behandeld worden met antidepressiva of met psychiatrische hulp.

Huidig beleid

Eer bestaat in Nederland géén screening op het postnatale depressiesyndroom. Symptomen van een postnatale derpessie zijn dezelfde als die van een 'gewone' depressie, maar het risico bestaat dat ze als normale gevolgen na een bevalling worden beschouwd (Robertson et al., 2004).

Nieuwe interventie

Het direct na de bevalling screenen met behulp van een vragenlijst op postnatale depressie door speciaal opgeleide verpleegkundigen en behandelen van het postnatale depressiesyndroom door een psychotherapeut.

Effectiviteit nieuwe interventie

In een studie van Morrell et al. werden bij 4084 vrouwen direct na de bevalling met behulp van de Edinburgh Postnatal Depression Scale (EPDS)het risico op een postnatale depressie vastgesteld door speciaal opgeleide verpleegkundigen tijdens huisbezoek.. Bij vrouwen met een verhoogd risico werd dit twee weken later herhaald, waarna bij nog steeds bestaand verhoogd risico over werd gegaan tot het instellen van therapie door een psychotherapeut. Deze screening was effectief vergeleken met gebruikelijke zorg gegeven door niet speciaal getrainde verpleegkundigen. De interventie leidt door vroegdiagnostiek tot minder vrouwen die een postnatale depressie ontwikkelen (Morrell et al., 2009).

Kosteneffectiviteit

Parallel aan de bovenbeschreven interventie is een economische evaluatie uitgevoerd vanuit het perspectief van de gezondheidszorg. De uitkomst luidde dat er een waarschijnlijkheid van 65% was dat de screening kostenbesparend zou zijn, dat wil zeggen: het leidt tot winst in QALY's en kostenbesparing. Bij een waardering van de QALY tussen de £20000 en £30000 (2009€ 31000-2009€46500)(de binnen het Verenigd Koninkrijk gangbare drempelwaarde voor kosteneffectiviteit) stijgt de waarschijnlijkheid dat de interventie kosteneffectief zal zijn naar iets meer dan 80%. Daar de tijdsduur van het onderzoek één jaar was, is er niet gedisconteerd. De sensitiviteitsanalyse toonde dat de resultaten robuust waren. De interventie bleef kostenbesparend (Morrell et al., 2009).

Een tweede economische evaluatie toonde aan dat bij het screenen (en daarna behandelen indien nodig) op het risico op een postnatale depressie met behulp van de EPDS-schaal vergeleken met standaard zorg, de incrementele kosteneffectiviteitsratio (ICER) £57000 (2009€79000) was. De tijdshorizon was één jaar en effectdata voor het model kwamen uit verschillende reviews (Paulden et al., 2009). Deze waarde ligt boven de gangbare drempelwaarde. Meer economische evaluaties zijn nodig om vast te stelen of de interventie daadwerkelijk kosteneffectief is.

Economische evaluaties verschenen na publicatie fact sheet

Morrell et al., 2016

Dukhovny et al., 2013

 

Home / Onderwerpen / K / Kosteneffectiviteit van preventie / Economische evaluaties / Factsheet Screenen op het postnatale depressiesyndroom

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu