Resultaten

De rapportage van de derde cyclus is in 2012 afgerond. Korte samenvatting van de resultaten.

Medewerker haalt monster omhoog uit de bodem

Areaal en aantal bedrijven tijdens de derde meetronde

Op basis van de selectiecriteria van de steekproefopzet en landbouwtellingsgegevens in het jaar van bemonsteren is bepaald hoeveel bedrijven en hectares door elke categorie vertegenwoordigd worden. Het vertegenwoordigde areaal, afgezet tegen het totale areaal in Nederland, geeft de dekkingspercentages per categorie. De som van deze percentages geeft een indicatie van de totale areaaldekking van het LMB in de derde meetronde. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande Tabel.

Te zien is bijvoorbeeld dat de veertig locaties voor de categorieën I en II samen ruim tienduizend bedrijven en vierhonderdduizend hectares vertegenwoordigen. Op een totaal areaal van ruim 1.9 miljoen hectare bedraagt de dekking voor genoemde categorieën dan 21 procent. Andere categorieën met een relatief hoge areaaldekking zijn categorieën VII akkerbouw op zeeklei met 15 procent en de categorie III bos op zand met 12 procent. Over alle categorieën opgeteld komt het totale areaal dat binnen de steekproefopzet van het LMB gelegen was tijdens de derde ronde (2006-2010), uit op 1.429 duizend hectare. Dit is 74% van het Nederlandse onbebouwde areaal.

Tabel Areaal en aantal bedrijven dat elke categorie representeert tijdens de derde meetronde met bijbehorend percentage van het totaal

Meetjaar

Bedrijfstype en grondsoort

Aantal landbouwbedrijven waarvoor de bemonsterde bedrijven in een categorie representatief zijn (% van totaal*)

Areaal waarvoor de locaties in een categorie representatief zijn (in 1000 ha) (% van totale areaal land in Nederland*)

2006

Melkveehouderij lage en hoge veedichtheid, beide op zand

10609

13%

405

21%

2007

Melkveehouderij intensieve veehouderij op zand

533

1%

12

1%

2007

Bos op zand

nvt

nvt

235

12%

2008

Akkerbouw op zand

1160

2%

81

4%

2008

Melkveehouderij op veen

3695

5%

178

9%

2009

Akkerbouw op zeeklei

4545

6%

279

15%

2009

Melkveehouderij op rivierklei

1223

2%

60

3%

2010

Melkveehouderij op zeeklei

3065

4%

170

9%

2010

Vollegrondsgroente op zand

311

0%

9

0

Totaal

 

 

 

1429

74%

* Bron: Landbouwtelling, CBS/LEI, diverse jaren, in jaar van bemonsteren van betreffende categorie

Resultaten bodemkwaliteit derde meetronde (2006 t/m 2010)

De chemische bodemkwaliteit van tien categorieën is geïnventariseerd en de categorieën zijn met elkaar vergeleken (Wattel-Koekkoek et al., 2012)

  • De zandgronden onder bos hebben de laagste zuurgraad en hoogste aluminiumconcentratie van alle categorieën.
  • De zandgronden onder landbouw hebben een hogere zuurgraad, waarschijnlijk door bekalking.
  • Klei- en veengronden hebben significant hogere gehalten ijzer, mangaan en zware metalen dan zandgronden.
  • Insecticiden als lindaan en dieldrin zijn vooral aangetroffen in gronden onder akkerbouw. Hoewel deze gewasbeschermingsmiddelen uit de handel zijn, kunnen er nog steeds resten van worden aangetroffen.

Veranderingen in chemische bodemkwaliteit tussen eerste (1993-1997) en derde (2006-2010) meetronde

Per categorie zijn de veranderingen tussen de eerste en derde meetronde in kaart gebracht (Wattel-Koekkoek et al., 2012).
Vooral bij zandgronden onder bos is de bodem -en grondwaterkwaliteit veranderd. Deze gronden zijn significant minder zuur geworden. Ook zijn de concentraties nitraat, sulfaat, chloride, aluminium, calcium, magnesium, natrium en strontium in het grondwater afgenomen. Dit komt waarschijnlijk doordat de er minder verzurende en vermestende stoffen via de lucht op de grond komen, een positief gevolg van het emissiebeleid.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu