Metingen: wat en hoe?

Het landbouwbedrijf is de eenheid waarvoor informatie verzameld wordt (de bemonsteringseenheid). De bemonsteringsstrategie is erop gericht altijd het meest recente water te bemonsteren dat uitspoelt uit de wortelzone. Daarnaast wordt ook het oppervlaktewater (greppels/sloten) bemonsterd als dit aanwezig is.

Bemonsteringsprogramma's zijn georganiseerd per regio. Binnen een bemonsteringsprogramma zijn, veelal per seizoen, deelprogramma's gedefinieerd voor de verschillende watertypen. Bij het uitvoeren van de metingen spelen  de volgende zaken een rol.

De uitvoering

De bemonstering van een bedrijf wordt voorbereid, waarbij een bemonsteringsschema wordt gemaakt. Hierin staat onder andere de monsternemingsperiode, welke watertypen worden bemonsterd, hoe dit gebeurt en door wie. Dit zijn de praktische uitvoeringsaspecten.

Regionale aanpak

Door de verschillen tussen regio's in grondsoort en hydrologische omstandigheden, verschilt de wijze waarop het regenwater wordt afgevoerd. De bemonsteringsstrategie is hierop aangepast en verschilt dus per regio en watertype dat bemonsterd wordt, de regionale aanpak.

Monsternemingsmethoden

Er zijn verschillende methoden ontwikkeld voor de bemonstering van grondwater, drainwater, bodemvocht en oppervlaktewater.

Veldbepalingen

In het veld vinden analyses plaats van het bemonsterde water. Daarnaast worden in het veld nog kenmerken van het bedrijf en het monsterpunt vastgelegd. Dit noemen we de veldbepalingen.

Laboratoriumanalyses

In het laboratorium worden de watermonsters geanalyseerd op een groot aantal componenten zoals algemene parameters, nutriënten en metalen.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu