Geschiedenis van het LMM

Waarom het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid opgezet is en hoe het gegroeid is in de loop der jaren

Start meetnet in 1987

Het LMM vindt zijn oorsprong in 1987. Naar aanleiding van de Nota 'Evaluatie Mestbeleid Eerste Fase' is door het RIVM een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd, speciaal gericht op bedrijven op de zandgronden. In de oorspronkelijke opzet omvatte het meetnet 100 bedrijven (80 melkveebedrijven en 20 akkerbouwbedrijven).

In samenwerking met het  LEI (huidig Wageningen Economic Research) heeft het RIVM in 1992 het Meetprogramma Kwaliteit Bovenste Grondwater Landbouwbedrijven (MKBGL) ingericht op basis van het eerdere haalbaarheidsonderzoek.

Na een eerste evaluatie in 1996 is besloten de RIVM/LEI samenwerking te continueren. Als uitvloeisel van de eerste Actieprogramma's in het kader van de Nitraatrichtlijn en het verder uitwerken van de mestwetgeving, is de monitoringsinspanning verder uitgebreid. Deze uitbreiding betrof het opstarten van monitoring programma's op bedrijven in de klei- en veenregio's (1996/1997). In een nog later stadium komt monitoring in de lössregio erbij.

Het zijn vooral de ontwikkelingen in het gevoerde landbouwbeleid die de opzet en activiteiten van hete het LMM bepalen. Het Nederlandse landbouwbeleid wordt geformuleerd binnen door de EU vastgestelde kaders. In de periode 1992 tot 2003 was het meetnet, in vergelijking met de huidige grootte, beperkt van omvang. In 2003 oordeelde het Europese Hof van Justitie dat het in Nederland gevoerde beleid niet op alle punten strookte met de Europese regelgeving. Dit oordeel, in combinatie met het derogatieverzoek en de derogatietoekenning eind 2005 heeft er toe geleid dat het meetnet in de jaren na 2003 aanzienlijk is gegroeid.

Verkennende Monitoring

Het onderdeel Verkennende Monitoring (LMM-VM) kent een lange historie, waarbij de nadruk in de begin jaren op de melkveehouderij heeft gelegen. In de periode 1993-1997 is de waterkwaliteit gemonitord bij bedrijven van het project Management Duurzame Melkveehouderij (MDM). Het MDM-project wordt wel gezien als de voorloper van het project Koeien & Kansen (K&K). Deelnemers aan het project K&K zijn vanaf 1997 ook in het LMM opgenomen en gemonitord. Ook bij een aantal biologische melkveebedrijven in het project Bioveem is de waterkwaliteit gemonitord in de jaren 1996-2006. Sinds 2003 is en wordt ook gemeten op een deel van de akker- en tuinbouwbedrijven uit het project Telen met toekomst (Tmt) .

 

Wegens budgettaire beperkingen neemt het aantal aan het LMM deelnemende bedrijven sinds 2010 weer enigszins af. Met name de programma's met een beleidsverkennend karakter worden niet langer ondersteund.

 

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu