Stikstof

Invloed van het bedrijfstype op uitspoelings- en slootwater

Hoewel er op melkveebedrijven gemiddeld meer stikstof wordt toegediend dan op akkerbouwbedrijven, zijn de stikstofconcentraties op akkerbouwbedrijven in uitspoelend water en slootwater hoger dan op melkveebedrijven (Figuur 1 en 2). 

stikstof in uitspoelend water, periode 2008-2010 naar bedrijfstype en regio

Figuur 1 Gemiddelde opgeloste stikstofconcentratie in het uitspoelende water (periode 2008 – 2010) als functie van het bedrijfstype in de klei- en zandregio

stikstof in slootwater,periode 2008-2010 naar bedrijfstype en regio 
Figuur 2 Gemiddelde opgeloste stikstofconcentratie in het slootwater (periode 2008 – 2010) als functie van het bedrijfstype in de klei en zandregio 

Deze lagere concentraties op melkveebedrijven zijn het gevolg van de min of meer permanente bodembedekking en langdurige opname van nutriënten door het gras. Op bedrijven waar kortstondig gewassen verbouwd worden vindt opname van nutriënten slechts in een beperkte periode plaats, terwijl wel steeds voldoende nutriënten beschikbaar moeten zijn voorafgaand en tijdens de groeiperiode van een gewas.

Hokdierbedrijven hebben gemiddeld de hoogste uitspoeling van stikstof. Dat kan verklaard worden door het grote aanbod van mest, het vaak betrekkelijk kleine landoppervlak, en het dominante landgebruik van het beschikbare areaal: verbouw van mais.

De figuren 1 en 2 laten ook zien dat de stikstofconcentraties in het uitspoelend water gemiddeld hoger zijn dan in het slootwater.

In het LMM worden de watermonsters gefiltreerd. Door dit filtreren wordt organisch materiaal (en daarmee een deel van het organische stikstof) voor een deel weggevangen. In het LMM wordt daarom opgeloste totaal stikstof gerapporteerd.


 

 

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu