Metingen: wat en hoe

De meetposten van het Nationaal Meetnet Radioactiviteit bepalen het stralingsniveau in de omgeving en de hoeveelheid radioactiviteit in luchtstof.

Wat wordt er gemeten?

RIVM mobile proto HG-blue lowres 150px Standaard meet het NMR de volgende vier stralingsgrootheden:

  • het omgevingsdosisequivalenttempo, aangegeven als H*(10) met als eenheid nSv/h
  • de concentratie van radioactieve stoffen die door radioactief verval alfa-deeltjes kunnen uitzenden. Deze totaal-alfa concentratie in lucht(stof) wordt uitgedrukt in Bq/m3
  • de concentratie van radioactieve stoffen die door radioactief verval beta-deeltjes kunnen uitzenden. Deze totaal-beta concentratie in lucht(stof) wordt uitgedrukt in Bq/m3
  • de concentratie in lucht(stof) van specifieke radionucliden die gammastraling uitzenden. Deze ‘nuclidenspecifieke metingen’ worden uitgedrukt in Bq/m3

Als het nodig is om vast te stellen welke radionucliden precies aanwezig zijn worden lucht, stof of watermonsters in het stralingslaboratorium van het RIVM verder geanalyseerd.

Hoe wordt er gemeten?

  • H*(10)
    Voor de bepaling van het omgevingsdosisequivalenttempo wordt gebruik gemaakt van gamma monitoren van het type Saphymo XL-2-3, die uitgerust zijn met 3 Geiger-Müller detectoren. Op de veertien meetlocaties van het Meetnet Luchtkwaliteit zijn de Saphymo's gemonteerd op het dak van de portakabin. Op de zelfstandige meetlocaties staan de detectoren in een buitenkast. De detectoren zijn aangesloten op een (Saphymo DACC) datalogger.
  • totaal-alfa en totaal-beta
    De monitoren voor de bepaling van de totaal-alfa en totaal-beta concentratie in lucht(stof) zijn van het type Berthold BAI 9128. Deze monitoren staan in een portakabin op veertien locaties die deel uitmaken van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Via een aanzuigbuis wordt op 3,5 m hoogte lucht aangezogen. Het aanwezige luchtstof wordt opgevangen op een filterband en geanalyseerd op alfa- en beta-straling. De gemeten beta-activiteit wordt gecorrigeerd voor de van nature voorkomende beta-activiteit. De overblijvende ‘kunstmatige’ beta-activiteit is een gevoelige grootheid voor de signalering van kernongevallen.
  • nuclidenspecifieke meting
    Voor gedetailleerde nuclidenspecifieke analyses beschikt het RIVM over een monitor van het type Canberra FHT59PC die luchtstofgebonden gammastralers zoals Cs-137 kan bepalen.  

Saphymo gamma tracer xl2 250pxSaphymo XL-2-3

foto van de voorzijde van het Berthold meetinstrumentBerthold BAI 9128

foto van het Vinckier meetapparaat opgesteld in het veld Buitenkast met detectoren 

Data-acquisitie

De gegevens van de NMR-meetposten worden naar het RIVM gestuurd. Om data-acquisitie ook tijdens nucleaire calamiteiten veilig te stellen is het data-acquisitiesysteem dubbel uitgevoerd. De gegevens worden verzonden via een beveiligd communicatie netwerk met lijnen met een hoge gegarandeerde beschikbaarheid.

Beheer van het NMR

Het Nationaal Meetnet Radioactiviteit valt onder de verantwoordelijkheid van het Centrum Veiligheid van het RIVM

Radiologische informatie buiten het NMR

Tijdens een ongeval zet het RIVM meetwagens in om op locatie aanvullende extra metingen uit te voeren. Ook heeft het RIVM contracten met zeven Waakvlaminstituten. In crisistijd voeren deze instellingen volgens een afgesproken protocol nuclidenspecifieke metingen uit en rapporteren de data aan het RIVM. Op basis van de metingen van het NMR, de Waakvlaminstituten, de brandweer en de meetwagens van defensie en RIVM krijgt het RIVM bij een calamiteit een compleet beeld van de stralingssituatie in Nederland.
 

Home / Onderwerpen / N / Nationaal Meetnet Radioactiviteit / Metingen: wat en hoe

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu