Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home Onderwerpen B Bioassays Toepassingen Bioassays pT methode Bioassays

pT methode

Al in 1990 ontwikkelde het RIVM de pT-methode waarmee de toxische druk van alle stoffen in het Nederlandse oppervlaktewater wordt bepaald. Deze methode gebruikt bioassays waarbij een verzameling van verschillende testorganismen wordt blootgesteld aan concentraten van organische stoffen zoals bestrijdingsmiddelen in watermonsters. De naam pT staat voor 'Toxische potentie'.

Waarom waterconcentraten?

proefopstelling in laboratoriumIn de pT-methode wordt de toxiciteit van watermonsters gemeten met kortdurende bioassays. De meeste watermonsters zijn tegenwoordig niet meer toxisch bij kortdurende blootstelling. De watermonsters worden geconcentreerd om met kortdurende testen toch de effecten te kunnen schatten van een langdurige blootstelling. In deze concentraten bevinden zich alleen organische verontreinigingen. Van de anorganische verontreinigingen (meestal metalen) zijn voldoende gegevens beschikbaar om op basis van gemeten concentraties risicoschattingen te doen.

Toegepaste bioassays

Voor het meten van de pT van oppervlaktewater wordt een testbatterij ingezet van vijf testen. Deze testsystemen zijn geselecteerd op korte testduur en gering volume, waardoor met een kleine hoeveelheid waterconcentraat kan worden volstaan. De testbatterij geeft voor verschillende trofische niveaus en werkingsmechanismen een beeld van de toxische druk door stoffen in het watermonster:

  • Microtox®, bacterie, Vibrio fischeri, 5 en 15 minuten blootstellingsduur, remming luminescentie;
  • PAM-test, algen, Pseudokirchneriella subcapitata, 4,5 uur blootstellingsduur, fotosynthese efficiëntie gemeten met de PAM-methode (Pulse Amplitude Modulated fluorescentie meting);
  • Rotoxkit F, raderdiertje, Brachionus calyciflorus, 24 uur blootstellingsduur, sterfte;
  • Thamnotoxkit F, kreeftachtige, Thamnocephalus platyurus, 24 uur blootstellingsduur, sterfte;
  • Daphia IQ, watervlo, Daphnia magna, 1 uur 15 min blootstellingsduur, remming fluorescentie.

Resultaatberekening

De bioassays van de testbatterij leveren een serie acute toxiciteitsgegevens op van geconcentreerde monsters. Met deze gegevens wordt geschat in hoeverre het aquatisch ecosysteem bedreigd wordt door in het water aanwezige toxische stoffen. Dit wordt gedaan door een soortgevoeligheidsverdeling (ofwel SSD: Species Sensitivity Distribution) door de meetgegevens te fitten. Meer informatie vindt u onder publicaties.
Er zijn aanwijzingen dat voor complexe mengsels van stoffen zoals in de watermonsters in het merendeel van de gevallen chronische effecten optreden bij concentraties die ongeveer tien keer zo laag zijn als die waarbij acute toxiciteit wordt gemeten. Met dit gegeven kan de soortgevoeligheidsverdeling op basis van gemeten acute toxiciteit worden geëxtrapoleerd naar een geschatte verdeling van de gevoeligheid voor chronische effecten. Uit deze geëxtrapoleerde curve wordt vervolgens afgelezen welke fractie van de soorten een chronisch effect kan ondervinden in het onverdunde monster, de potentieel aangetaste fractie, wat een waarde is voor de toxische druk (pT). 

De pT methode is een aantal jaar door het RIVM en de Waterdienst gebruikt om de toxische druk (pT) van het oppervlaktewater op vaste bemonsteringspunten van het meetnet van Rijkswaterstaat te monitoren. 

Gerelateerde informatie

Service

Service

Waarmerk drempelvrij.nl, 14 uit 16 ijkpunten correct; klik voor een reactie.