Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home Onderwerpen B Bodemsanering

Bodemsanering

De Nederlandse bodem is op ongeveer 250.000 locaties (mogelijk) ernstig verontreinigd. Bodemverontreiniging wordt beschouwd als ernstig als de interventiewaarden zijn overschreden.

Met voorrang saneren?

bodemsaneringBij ernstig verontreinigde locaties wordt een mede door het RIVM ontwikkelde systematiek (het Saneringscriterium, met daarin het model Sanscrit) toegepast om te bepalen of en met welke urgentie er gesaneerd moet worden. Deze systematiek brengt stapsgewijs de risico’s voor de mens, het ecosysteem en de verspreiding van de verontreiniging in kaart. Bij 'spoed' moet de locatie vóór 2015 aangepakt worden. De aanpak kan bestaan uit tijdelijke maatregelen, beheer of sanering.
Het RIVM heeft voor stap drie (mogelijke ecologische risico’s) in het Saneringscriterium de handreiking TRIADE opgesteld. De handreiking TRIADE beschrijft hoe locatiespecifiek onderzoek naar ecologische effecten van de bodemverontreiniging uitgevoerd kan worden.

Overzicht bodemverontreiniging

Op basis van historische activiteiten heeft men in 2004 vastgesteld dat de Nederlandse bodem op ongeveer 425.000 locaties (mogelijk) ernstig was verontreinigd. Door verder onderzoek en aanpak is dit aantal teruggebracht tot 250.000 locaties met ernstige of mogelijk ernstige verontreiniging (situatie 2011). Dit aantal is onder te verdelen in verdachte, nog verder te onderzoeken, locaties (70%), locaties met lopend onderzoek (27%) en locaties met lopende sanering of nazorg (3%). De actuele informatie over verontreinigde locaties staat op Bodemloket.nl.

De voortgang van de landelijke bodemsaneringsoperatie werd voorheen jaarlijks gerapporteerd in de vorm van een ‘Jaarverslag monitoring bodemsanering’ (voor het laatst over het jaar 2009). Na het inwerkingtreden van het ‘Convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties’ in 2009 ligt de nadruk bij de rapportages op de spoedlocaties. De eerste rapportage in deze vorm is de ‘Midterm Review 2011’.

De overheid wil dat vóór 2015 tenminste de huidige humane spoedlocaties zijn aangepakt (gesaneerd, dan wel risico’s weggenomen). Humane spoedlocaties zijn locaties die bij huidig gebruik een onaanvaardbaar risico vormen voor de mens. Bij een landelijke inventarisatie in 2011 (gerapporteerd in de ‘Midterm Review 2011’) is vastgesteld dat het daarbij nog om ongeveer 400 locaties gaat (in het verleden zijn al veel humane spoedlocaties aangepakt).

Naast humane spoedlocaties zijn er spoedlocaties met risico voor verspreiding van verontreinigingen in grondwater en spoedlocaties met ecologisch risico. De inventarisatie van deze laatste twee categorieën moet in juli 2013 zijn afgerond. Daarbij moet per locatie tevens worden aangegeven welke maatregelen zijn genomen dan wel voorzien om de risico’s weg te nemen of te beheersen. Het streven is om zoveel mogelijk vóór 2015 met de aanpak te beginnen.

De overige verontreinigde (niet-spoed)locaties vormen bij huidig gebruik geen onaanvaardbaar risico, maar bij gebruikswijziging (bijvoorbeeld: industrieterrein wordt woonwijk) kunnen risico’s actueel worden en kan een nieuwe spoedsituatie ontstaan. In die gevallen zal de bodemverontreiniging mogelijk alsnog aangepakt moeten worden.

Service

Service

Waarmerk drempelvrij.nl, 14 uit 16 ijkpunten correct; klik voor een reactie.