U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › F › Fijn stof › Bronnen Fijn stof
Fijn stof is een verzamelnaam voor deeltjes kleiner dan 10 micrometer. Wat bijdraagt zijn opwaaiend bodemstof, zeezout, bouwstof, deeltjes die vrijkomen bij verbranding (zoals roet) en deeltjes die vrijkomen bij slijtage van bijvoorbeeld autobanden. Aan deze deeltjes kunnen weer schadelijke stoffen gehecht zijn, zoals zware metalen en benzo(a)pyreen. De onzekerheden in de bijdrage van de diverse bronnen zijn vrij groot.
In Nederland wordt vooral
door verkeer en industrie bijgedragen aan fijn stof. Landbouw
draagt bij door de uitstoot van ammoniak dat in de lucht reageert
tot ammoniumnitraat. Onder natuurlijke bronnen vallen zeezout en
zand.
Een groot deel van het fijn stof in Nederland komt uit de
omliggende landen en wordt door de wind getransporteerd. Dit
betekent dat met lokale maatregelen de concentraties slechts
gedeeltelijk kunnen worden gereduceerd.
Door de nabijheid van zee heeft Nederland relatief hoge
concentraties zeezout in de lucht. Dit zeezout geeft vermoedelijk
geen negatief effect op de volksgezondheid maar telt wel mee voor
de overschrijding van de norm voor fijn stof.
Samen met andere instituten heeft het RIVM een
schatting
gemaakt van de bijdrage van zeezout aan de fijnstofconcentraties.
Op basis van deze schatting heeft het ministerie van
I&M gemeenten in
staat gesteld om deze bijdrage bij het beoordelen van de
fijnstofconcentraties buiten beschouwing te laten.
In het Beleidsgeoriënteerd Onderzoeksprogramma PM (BOP)
wordt onder andere verder gekeken naar de bijdrage van zeezout en
bodemstof.
Fijn stof kan in hogere luchtlagen terechtkomen en over grote
afstanden worden getransporteerd. Zo komt er een enkele keer zand
uit de Sahara in Nederland terecht. Met een trajectoriënmodel kan
de oorsprong van lucht worden achterhaald op basis van
meteorologische informatie.