
REACH onderscheidt verschillende verplichtingen voor
fabrikanten, importeurs, downstream gebruikers en distributeurs van
stoffen. Afhankelijk van het gebruik van de stof heeft een bedrijf
verschillende rollen met de daaraan gekoppelde verplichtingen.
Volgens REACH (art. 3.12) is een downstream gebruiker:
"elke in de EU gevestigde natuurlijke persoon of
rechtspersoon, niet zijnde een fabrikant of importeur, die een
stof, als zodanig of in een preparaat, gebruikt bij industriële
activiteiten of beroepsactiviteiten".
Bedrijven die deze rol hebben, zijn te vinden in verschillende
sectoren; industriële gebruikers, professionele gebruikers of
formuleerders gebruiken chemische stoffen bij hun activiteiten.
Professionele gebruikers: bedrijven in de
dienstverlening (schoonmaak, ziekenhuizen, etc.), distributeurs van
voorwerpen.
Industriële gebruikers: producenten van
voorwerpen, bedrijven in de houtindustrie, autofabricage,
informatica, landbouw en dergelijke.
Formuleerders: bedrijven die stoffen of
preparaten verwerken in andere preparaten, zoals verf, vernis en
cosmetische producten.
Producent van voorwerpen: eindgebruiker die
stoffen/preparaten verwerkt in voorwerpen, waardoor zij integraal
deel van die voorwerpen gaan uitmaken.
REACH maakt geen onderscheid tussen deze verschillende
categorieën van gebruikers en noemt ze allemaal downstream
gebruikers.
Let op: de in REACH gedefinieerde rollen van
een bedrijf komen veelal niet overeen met de betekenis die de
bedrijven in het normale verkeer voor deze begrippen gebruiken. Het
is belangrijk om bij de beoordeling of een bedrijf al dan niet aan
bepaalde REACH verplichtingen moet voldoen, uit te gaan van de
omschrijving in de REACH Verordening, Artikel 3. Bedrijven kunnen
aan de hand van de Rol identificatie Tool hun rol bepalen.
Downstreamgebruikers hebben binnen
REACH verschillende verplichtingen. Downstreamgebuikers
moeten:
- De instructies in het VIB over het veilige gebruik
van geregistreerde chemische stoffen opvolgen en werken volgens de
aanbevolen risicobeheersmaatregelen.
- In geval het VIB een blootstellingscenario voor
hun gebruik bevat, de voorgeschreven risicobeheersmaatregelen in de
eigen organisatie invoeren.
- Als het gebruik van een stof niet is opgenomen in de
registratie (niet-geïdentificeerd gebruik):
- leveranciers informeren over hun gebruik met als doel daar een
geïdentificeerd gebruik van te maken of,
- zelf een chemischeveiligheidsrapport (laten) opstellen en het
gebruik melden bij het ECHA (bij een tonnagegrens van 1
ton/jaar of meer).
- Als het blootstellingscenario bij eigen gebruik afwijkt van het
scenario voor geïdentificeerd gebruik opgenomen in het
VIB:
- zelf een chemischeveiligheidsrapport (laten) opstellen en het
gebruik met afwijkend blootstellingscenario melden bij het
ECHA (bij een tonnagegrens van 1 ton/jaar of
meer).
- Als de stof wordt verwerkt in een mengsel dat als gevaarlijk
moet worden ingedeeld, een VIB van het mengsel
opstellen met geïdentificeerde vormen van gebruik. Het
VIB moet relevante blootstellingscenario's,
veiligheidsaanbevelingen en maatregelen en andere relevante
informatie over het correcte gebruik van een chemische stof
bevatten.
- Het VIB doorgeven aan andere actoren in de
toeleveringsketen (distributeurs, andere gebruikers).
- In geval van een autorisatieplichtige stof (bijlage
XIV van REACH):
- de stof toepassen volgens de voorwaarden van de autorisatie
verleend voor specifiek gebruik;
- het gebruik de geautoriseerde stof binnen drie maanden na de
eerste levering melden aan het ECHA.
- Over stoffen waarvoor geen VIB wordt verstrekt de
volgende informatie verzamelen:
- registratienummer(s),
- informatie of één of meer stoffen autorisatieplichtig zijn
(voorkomen op bijlage XIV) met bijzonderheden,
- bijzonderheden over eventuele wettelijke beperkingen volgens de
Verbodsrichtlijn (tot 1 juni 2009) of volgens bijlage XVII (na 1 juni 2009),
- passende risicobeheersmaatregelen.
- Deze informatie moeten zij ook doorgeven aan andere downstream
gebruikers en distributeurs in de keten:
- Nieuwe informatie over het risico van stoffen en informatie die
kan leiden tot aanpassen van risicomaatregelen in VIB,
direct doorgeven aan leveranciers. Dit laatste geldt bijvoorbeeld
als een downstream gebruiker een stof anders indeelt.
- Een stof opgenomen in bijlage XVII (in werking
vanaf 1 juni 2009) gebruiken volgens de beperkingen die gelden voor
het op de markt brengen of het gebruik.
- Naar aanleiding van de dossierbeoordeling door het
ECHA:
- aanvullende testen voor een stof uitvoeren;
- op verzoek van het ECHA aanvullende informatie
over een stof verstrekken.
- Ten minste tien jaar alle gegevens over een stof of mengsel
bewaren en op verzoek beschikbaar stellen aan het bevoegd gezag in
Nederland of het ECHA.
- Meer informatie over de verplichtingen voor downstream
gebruikers vindt u in de Engelstalige guidance
for downstream users en in de Nederlandstalige factsheet
voor Downstream gebruikers afkomstig van
ECHA.