U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › R › Radon › Metingen Radon
Er zijn verschillende manieren om de concentratie van radon (en thoron) in woningen te meten.
Passieve
meetmethoden zijn goedkoop en gemakkelijk uitvoerbaar maar leveren
niet direct resultaat op. Actieve methoden zijn duur en
arbeidsintensief maar de concentratie van radon en thoron kan
meteen worden afgelezen.
Bij actieve methoden wordt lucht een apparaat ingezogen waarin continu de concentraties van radon, thoron en dochterproducten kunnen worden vastgesteld. Omdat de apparatuur niet een jaar lang in een woning kan blijven staan, worden variaties in ventilatie en temperatuur slechts zeer beperkt gemeten. Daar staat tegenover dat de meetresultaten onmiddellijk beschikbaar zijn.
Bij
passieve methoden worden bijvoorbeeld radondetectoren een jaar lang
in een bepaald vertrek geplaatst. De alfastraling van radon, thoron
en dochterproducten maakt sporen op filmmateriaal dat zich in de
detector bevindt. Het aantal sporen is een maat voor de
concentratie. Na de meetperiode wordt de detector uitgelezen door
een daarin gespecialiseerd bedrijf.
Door de korte halveringstijd van thoron is thoron lastiger meetbaar dan radon. Radon verspreidt zich redelijk homogeen door een ruimte zodat het niet veel uitmaakt waar wordt gemeten. Bij thoron is de concentratie dicht bij de muur veel hoger dan de concentratie midden in de kamer. De vervalproducten van thoron verspreiden zich, net als bij radon, wel weer homogeen door de ruimte. Hierdoor is een vertaling van thoronconcentratie naar blootstelling en gezondheidsschade moeilijk te realiseren.
In de RIVM-rapporten 'Opzet van het Ventilatie Radononderzoek' en 'Meting van 220Rn en consequenties voor eerdere 222Rn-surveys' is meer informatie over het meten van radon en thoron te vinden.