U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › R › Rijksvaccinatieprogramma › Bijwerkingen Rijksvaccinatieprogramma
Via het Rijksvaccinatieprogramma worden in Nederland ongeveer 2,5 miljoen prikken per jaar gegeven. Vaccins worden net als alle andere geneesmiddelen uitvoerig getest. Daarom zijn de meest voorkomende bijwerkingen bekend. Als er bijwerkingen optreden als gevolg van de vaccinatie, zijn ze meestal mild. Soms zijn de klachten heftiger of langduriger. Gelukkig komen ernstige bijwerkingen zelden voor. Ook is het goed te beseffen dat de bijwerkingen in geen verhouding staan tot de ernst van de ziekte waartegen wordt ingeënt.
De meeste kinderen voelen zich na de inenting even niet lekker.
Het ene kind reageert soms wat heftiger dan het andere. Dat hangt
af van het kind zelf, van de leeftijd van het kind en van de
samenstelling van het vaccin. Meestal ontstaan
bijwerkingen op de dag van de inenting en duren ze niet langer
dan 24 tot 48 uur. Bij de BMR-prik treden de verschijnselen
op tussen 5-12 dagen na de prik vanwege de andere samenstelling van
het BMR-vaccin.
Kinderen worden niet extra ziek als ze worden ingeënt tegen
meerdere ziekten tegelijk.
Veel voorkomende klachten na vaccinatie zijn verschijnselen
rondom de prikplek, koorts en hangerigheid. Verschijnselen rondom
de prikplek zoals roodheid, zwelling en pijn, of het minder goed
kunnen gebruiken van een arm of been, zijn vaak een reactie op het
prikken of de ingespoten stof. Of een kind koorts krijgt, hangt
sterk af van het type vaccin en de leeftijd van het kind. Onrustig
slapen of juist toegenomen slaperigheid komt bij zuigelingen vrij
vaak voor. Ongeveer 30% van de kinderen krijgt min of meer last van
de DKTP-Hib-HepB-prik
en de inenting tegen pneumokokken. Enkele kinderen gaan langdurig
(meer dan 3 uur) heftig huilen of krijgen zeer hoge koorts. Het
BMR-vaccin kan koorts en/of uitslag geven in de tweede
week na vaccinatie Het meningokokken C-vaccin geeft over het
algemeen weinig bijwerkingen. Kleuters hebben minder last van
bijwerkingen. Wel hebben ze vaker last van lokale verschijnselen
van de prikplek en een grotere kans op flauwvallen.
Andere klachten zoals verkleurde benen, heftige uitslag, koortsstuipen en collapsreacties (wegraken met wit wegtrekken en slap worden) komen zeer zelden voor. Treden deze verschijnselen op bij uw kind? Raadpleeg dan altijd de huisarts. Doe dit ook als ‘gewone' klachten zoals koorts, huilerigheid of hangerigheid langer duren dan drie dagen. Informeer ook altijd het consultatiebureau of de GGD.
Soms wordt er een verband gelegd tussen de kinkhoestvaccinatie en wiegendood. Ook hiervoor bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs. In Nederland is het aantal aan wiegendood gestorven kinderen vanaf 1987 drastisch gedaald. In die periode is het vaccinatieprogramma alleen maar uitgebreid.