U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › R › Rijksvaccinatieprogramma › De inenting Rijksvaccinatieprogramma
Het Rijksvaccinatieprogramma is opgedeeld in 4 fasen. Per fase worden kinderen uitgenodigd om deel te nemen aan het programma. Het is belangrijk dat het hele programma wordt afgemaakt.
Bij elke inenting geven de ouders de oproepkaart(en) af op de plaats waar de vaccinaties worden gegeven. Meestal is dat het consultatiebureau, de GGD of een Centrum voor Jeugd en Gezin. Zij sturen de oproepkaart terug naar het RIVM. Daar worden de vaccinaties geregistreerd. De inentingen worden ook geregistreerd op het vaccinatiebewijs.
De vaccinaties op de leeftijd van 0-4 jaar worden door artsen en verpleegkundigen op het consultatiebureau verzorgd. Van 4-19 jaar krijgen kleuters en schoolkinderen de inentingen via de regionale GGD of het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Bij het eerste bezoek aan het consultatiebureau
vraagt de arts aan de ouders of er bezwaren zijn tegen vaccinatie.
Daarnaast beoordeelt de consultatiebureau-arts of het kind
gevaccineerd kan worden. Redenen om van het vaccinatieschema af te
wijken kunnen zijn: een ernstige ziekte of bepaald
medicijnengebruik. Als u twijfels heeft over de gezondheid van uw
kind, kunt u die natuurlijk ook voorleggen aan de arts of
verpleegkundige. Bij elke volgende inenting kan een verpleegkundige
de beoordeling uitvoeren. Een lichamelijk onderzoek is meestal niet
nodig.
Alle gegeven vaccinaties worden geregistreerd in een landelijke
databank. Daarmee is goed te volgen hoe hoog de vaccinatiegraad in
Nederland is tegen de ziekten waartegen het
Rijksvaccinatieprogramma beschermt.