U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › R › Rijksvaccinatieprogramma › De inenting › Soms niet Rijksvaccinatieprogramma
Als een kind ernstig ziek is geweest, medicijnen gebruikt of in de maanden voor inenting door een arts behandeld, kan dat een reden zijn om de vaccinatie uit te stellen.
Door het consultatiebureau of de GGD wordt altijd afgewogen of een kind wordt gevaccineerd of dat de vaccinatie wordt uitgesteld.
Er zijn verschillende situaties waarin niet gevaccineerd wordt, namelijk bij:
Kinderen met chronische aandoeningen als astma en eczeem kunnen
gewoon worden ingeënt. Voor kinderen met ernstige ziekten als
taaislijmziekte, hartafwijkingen of suikerziekte is het juist
belangrijk dat ze op tijd hun prikken krijgen. De ziekten waartegen
wordt ingeënt, kunnen bij hen ernstige complicaties geven.
Als een kind ernstig ziek is en daardoor langere tijd niet naar het
consultatiebureau kan gaan, dan is het verstandig de behandelend
arts te waarschuwen tegen de tijd dat het kind een vaccinatie zou
moeten krijgen. Deze arts kan dan beoordelen of de vaccinatie wel
of niet uitgevoerd kan worden. Het is aan te bevelen dat de
behandelend arts en de consultatiebureauarts samen met de ouders
afspreken welke vaccinaties door wie gegeven zullen worden.
Het gebruik van antibiotica, flauwvallen, overgevoeligheid voor kippenei-eiwit en vroeggeboorte zijn ook geen redenen om af te zien van vaccinatie of om de vaccinatie uit te stellen. Wanneer u twijfelt, kunt u altijd contact opnemen met het consultatiebureau of de GGD.