U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › R › Rijksvaccinatieprogramma › De inenting › Vaccins Rijksvaccinatieprogramma
Vaccins bevatten verzwakte of gedode ziekteverwekkers, onderdelen van de ziekteverwekker of stoffen die door ziekteverwekkers worden geproduceerd. Als een vaccin is ingespoten maakt het lichaam ook afweerstoffen tegen de ziekteverwekkers die in het vaccin zitten. Van het vaccin wordt het lichaam echter hooguit een klein beetje ziek. Zo bieden vaccins bescherming tegen infectieziekten zonder dat iemand de echte ziekte hoeft door te maken. Vaccins worden meestal toegediend met een injectie.
Vaccins vallen onder de geneesmiddelenwetgeving en moeten voldoen aan zeer strenge kwaliteits- en veiligheidseisen.
Na het krijgen van een infectieziekte door een ziekteverwekker,
maakt het lichaam afweerstoffen tegen de ziekteverwekker. De
ziekteverwekker is meestal een bacterie of een virus: bijvoorbeeld
een kinkhoestbacterie of een mazelenvirus. De afweerstoffen
beschermen het lichaam tegen het opnieuw krijgen van de
infectieziekte. Het lichaam is immuun geworden, soms wel
levenslang. Als de ziekteverwekker opnieuw in lichaam komt, herkent
het immuunsysteem die meteen en maakt de ziekteverwekker
onschadelijk.
Vaccins vallen onder de wet- en regelgeving voor geneesmiddelen. Ze
moeten voldoen aan strenge internationale eisen voor kwaliteit en
veiligheid. De vaccins die in het Rijksvaccinatieprogramma zijn
opgenomen, kunnen aangemerkt worden als zeer veilig. Het gevaar van
mogelijke bijwerkingen van vaccinatie is veel kleiner dan het
gevaar van de infectieziekte. Vaccins worden door verschillende
farmaceutische bedrijven gemaakt. Het RIVM heeft namens de overheid
de opdracht vaccins voor het Rijksvaccinatieprogramma in te kopen
en te distribueren. Daardoor kan de Nederlandse overheid het
Rijksvaccinatieprogramma zelf aansturen en is ze onafhankelijk van
commerciële vaccinproducenten. Voor de vaccinaties in het
Rijksvaccinatieprogramma worden verschillende vaccins gebruikt.
Hierbij treft u een overzicht van de vaccins.
Overzicht vaccins met bijsluiters
De overheid wijst de vaccins aan voor gebruik in het
Rijksvaccinatieprogramma. De distributie van de vaccins over de
consultatiebureaus en GGD’en wordt verzorgd door de Regionale
Coördinatie Programma's (RCP's). Dit is een onderdeel van
het RIVM.
De ontwikkeling van ‘losse’ vaccins neemt gemiddeld tien tot
vijftien jaar in beslag. De ontwikkeling van combinatievaccins is
doorgaans nog gecompliceerder. De technische problemen nemen toe
naarmate het aantal stoffen in het vaccin stijgt. Als de technische
problemen zijn opgelost, moet ook de werkzaamheid van elk
vaccinonderdeel en de veiligheid in uitgebreide onderzoeken worden
getest. Ten slotte moet het vaccin zijn geregistreerd voordat het
op de markt mag worden gebracht.
Als ouders gebruik willen maken van een ander vaccin, dan moet de
huisarts daarvoor een recept schrijven, vooropgesteld dat zo’n
vaccin in Nederland is geregistreerd. De kosten van het vaccin, de
afleveringskosten van de apotheek en het consult van de huisarts
komen dan voor rekening van de ouders. Door de huisarts
voorgeschreven vaccins mogen niet op het consultatiebureau worden
toegediend; dat moet de huisarts zelf doen.