U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › R › Rijksvaccinatieprogramma › De ziekten Rijksvaccinatieprogramma
De ziekten waartegen het Rijksvaccinatieprogramma beschermt, vormden vroeger een groot probleem voor de volksgezondheid. Na het invoeren van het programma zijn veel van die ziekten helemaal of bijna helemaal verdwenen. Daardoor zouden we bijna vergeten hoe ernstig ze zijn en hoeveel leed vaccinatie voorkomt. Tegen onderstaande ziekten is inenting opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.
Baarmoederhalskanker is een vorm van kanker die relatief vaak voorkomt onder vrouwen. Deze vorm van kanker wordt veroorzaakt door een infectie van het humaan papillomavirus (HPV). Het grootste deel van de vrouwen loopt het virus gedurende haar leven op, maar niet bij al deze vrouwen leidt het tot kanker.
Naar boven | Meer informatie over humaam papillomavirus
Bof is een ziekte van de speekselklieren die 4 tot 10 op de 1000 keer kan leiden tot hersenontsteking. De ziekte kan, al komt dit zelden voor, ook zorgen voor ontsteking van de alvleesklier, eenzijdige doofheid of reuma. Vroeger belandden elk jaar 300 tot 800 kinderen en volwassenen in het ziekenhuis met hersenvliesontsteking veroorzaakt door de bof. Daarom is in 1987 de vaccinatie tegen de bof opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Deze geeft bij meer dan 95% van de ingeënte mensen persoonlijke bescherming. Nu komt de ziekte bijna niet meer voor.
Naar boven | Meer informatie over bof
Difterie is een ernstige keelontsteking. De ziekte kan verstikkingsgevaar veroorzaken en het hart en het zenuwstelsel aantasten.
Tot na de Tweede Wereldoorlog kregen elk jaar gemiddeld 3.000 mensen difterie, met uitschieters tot enkele tienduizenden patiënten in beide wereldoorlogen. 5 tot 10% van de patiënten ging dood, bij de rest duurde het herstel lang en er was soms blijvende schade. Sinds de start van de grootschalige vaccinatie in de jaren vijftig is de ziekte bijna verdwenen. De difterievaccinatie zit sinds 1957 in het Rijksvaccinatieprogramma. Als iemand volledig gevaccineerd is (zes prikken) is hij of zij ongeveer tien jaar beschermd. Voor extra bescherming, bijvoorbeeld vanwege een verre reis, is het verstandig een herhalingsvaccinatie te halen.
Naar boven |
Meer informatie over difterie
Voordat de Hib-vaccinatie in het RVP kwam, werd ongeveer 25% van alle gevallen van bacteriële hersenvliesontsteking veroorzaakt door de Hib-bacterie. In Nederland werden elk jaar zo’n 700 kinderen onder de 5 jaar ernstig ziek door een Hib-infectie. Ongeveer de helft van hen kreeg een hersenvliesontsteking. Tegenwoordig zijn er nog maar enkele tientallen gevallen van Hib-infectie. Hib-ziekten kunnen zeer ernstige ziekten als hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging en strotklepontsteking zijn. Patiënten kunnen ook overlijden.
Naar boven | Meer informatie over haemophilus influenzae type b
Hepatitis B is een acute of chronische leverontsteking die kan leiden tot leverfalen en leverkanker. Alle kinderen die geboren zijn op of na 1 augustus 2011 krijgen bescherming tegen hepatitis B aangeboden. Sinds 2003 is de vaccinatie tegen hepatitis B al onderdeel van het RVP voor bepaalde kinderen die een grotere kans hebben de ziekte te krijgen. Dat zijn kinderen van moeders die het hepatitis B-virus bij zich dragen (draagsters) en kinderen van wie één van de ouders uit een land komt waar hepatitis B veel voorkomt. Ook kinderen met het syndroom van Down hebben een grotere kans hepatitis B te krijgen. Als zij geboren worden op of na 1 januari 2008 krijgen zij hun hepatitis B-vaccinatie via het RVP. De inentingen beschermen meer dan 25 jaar tegen hepatitis B.
Naar boven | Meer informatie over hepatitis B
Kinkhoest wordt veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis. Besmetting vindt plaats van mens op mens door hoesten en niezen. De incubatietijd is 7 tot 10 dagen, soms langer. Kinkhoest is erg besmettelijk, vooral in de eerste periode als de hoestbuien nog niet zijn begonnen. Hoestende patiënten zijn nog 3 tot 4 weken nadat het hoesten is begonnen besmettelijk. Binnen een gezin is de kans dat iemand met kinkhoest de andere (niet-gevaccineerde) gezinsleden besmet 90%. Kinkhoest is vooral voor baby's gevaarlijk omdat de kans bestaat op hersenbeschadiging.
Naar boven | Meer informatie over kinkhoest
In ontwikkelingslanden sterven per jaar meer dan 300.000 kinderen aan mazelen. In Nederland is het aantal sterfgevallen en zieken spectaculair gedaald sinds de mazelenvaccinatie in 1976 werd opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Eerst als los vaccin, vanaf 1987 als onderdeel van de BMR-vaccinatie. Deze geeft bij meer dan 95% van de ingeënte mensen persoonlijke bescherming. Onder bevolkingsgroepen die zich niet laten vaccineren, breken van tijd tot tijd nog mazelenepidemieën uit. Tijdens de epidemie van 1999/2000 werden 150 kinderen met mazelen in het ziekenhuis opgenomen en stierven drie kinderen aan de gevolgen van de ziekte. Mazelen kunnen een kind behoorlijk ziek maken, met hoge koorts en huiduitslag. Complicaties als oorontsteking, longontsteking en hersenontsteking komen voor. Soms met sterfte als gevolg.
Naar boven | Meer informatie over mazelen
De meningokokkenziekte is een verzamelnaam voor ziekten die
veroorzaakt worden door de
bacterie Neisseria meningitidis. Er bestaan meerdere groepen
van deze bacterie, groep C is er één van. Meningokokken C worden
van mens op mens overgebracht door onder andere hoesten en niezen.
De incubatietijd is 3 tot 4 dagen. Bij zo’n 10% van de bevolking
zit de bacterie (een tijdje) in de neus-keelholte – bij tieners is
dat 20%. De meeste mensen worden er niet ziek van. Als iemand wel
ziek wordt, kan de ziekte verraderlijk snel verlopen.
Meningokokken C kan bijvoorbeeld hersenvliesontsteking en
bloedvergiftiging veroorzaken. Soms zijn er ernstige blijvende
gevolgen zoals amputaties, littekenvorming, doofheid, motorische
problemen en leer- en gedragsproblemen. Een patiënt kan ook
overlijden.
Naar boven | Meer informatie over meningokokkose
Pneumokokkenziekten is een verzamelnaam voor ziekten die worden
veroorzaakt door de
bacterie Streptococcus pneumoniae. Er bestaan 92 typen van deze
bacterie. Tegen 10 veelvoorkomende daarvan is een vaccin
ontwikkeld. Dit vaccin wordt voor alle kinderen geboren op of na 1
maart 2011 in het Rijksvaccinatieprogramma gebruikt. Pneumokokken
zitten vaak achter in de keel van gezonde kinderen en volwassenen.
Vaker bij kinderen dan volwassenen. Besmetting vindt plaats door
hoesten of niezen. Maar weinig van de besmette personen worden
ziek. Als dat echter wel gebeurt, kunnen pneumokokken leiden tot
levensbedreigende ziekten als hersenvliesontsteking (meningitis),
bloedvergiftiging (sepsis) en ernstige longontsteking (pneumonie).
Vooral bij kinderen onder de twee jaar en ouderen komt de ziekte
veel voor. De tijd tussen de besmetting en ziek worden
(incubatietijd) varieert van minder dan een dag (bij
bloedvergiftiging) tot een week (bij hersenvliesontsteking).
De pneumokokkenvaccinatie, die in april 2006 onderdeel werd van het
RVP, beschermt tegen 7 typen pneumokokken. Deze typen
horen bij de belangrijkste veroorzakers van pneumokokkeninfecties
bij jonge kinderen. Voor kinderen die geboren zijn op of na 1 maart
2011 biedt de vaccinatie nog meer bescherming. Dit nieuwe vaccin
beschermt tegen 10 typen pneumokokken. Vaccinatie tegen
pneumokokken voorkomt sterfgevallen, hersenvliesontsteking,
bloedvergiftiging, longontsteking en middenoorontsteking.
Naar boven | Meer informatie over pneumokokken
Poliomeylitis is ook bekend als kinderverlamming. Het is een maag-darminfectie die kan leiden tot ernstige verlammingsverschijnselen of zelfs overlijden.
Polio wordt veroorzaakt door het poliovirus. Er zijn 3 typen poliovirus. De infectie komt alleen bij mensen voor. Directe besmetting gaat via de ontlasting naar de mond. Maar ook door druppeltjes in de lucht bij bijvoorbeeld hoesten, niezen of schreeuwen kan iemand besmet raken. De besmettelijkheid is waarschijnlijk het grootst kort voor en na het begin van de ziekteverschijnselen. De meeste besmettingen worden veroorzaakt door mensen die zelf niet ziek zijn, maar wel besmet zijn met het virus. De incubatietijd is gemiddelde 7 tot 14 dagen. Verlammingsverschijnselen beginnen meestal na 11 tot 17 dagen.
Tot de poliovaccinatie in 1957 werd opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma werden jaarlijks enkele honderden gevallen van polio gemeld. Tijdens epidemieën liep het aantal op tot 1500 à 2000, zoals in de oorlogsjaren 1943/1944, in 1952 en 1956. Na introductie van de vaccinatie traden nog enkele epidemieën op binnen groeperingen die om religieuze redenen vaccinatie afwijzen (1971, 1978, 1992/1993). Vaccinatie tegen polio beschermt vermoedelijk levenslang.
Naar boven | Meer informatie over poliomeylitis
Rodehond wordt veroorzaak door het rubellavirus, dat alleen bij mensen voorkomt. Besmetting vindt plaats via druppetjes in de lucht, bijvoorbeeld bij hoesten en niezen. Wie een rodehond infectie heeft, steekt gemiddeld zeven tot acht andere mensen aan. Een besmette moeder kan via de placenta haar ongeboren kind besmetten. Tussen besmetting met rodehond en het uitbreken van de ziekte zitten gemiddeld 14 tot 16 dagen. De ziekte is besmettelijk van 10 dagen voor het uitbreken van de huiduitslag tot 1 week erna.
Rodehond kan vooral ernstige gevolgen hebben voor het nog ongeboren kind. Eén op de vier zwangere vrouwen met rodehond loopt de kans dat hun kind met een afwijking (doof, blind, geestelijke achterstand) wordt geboren. Zwangerschappen kunnen ook eindigen in een miskraam.
De vaccinatie tegen rodehond werd in 1974 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma om zwangere vrouwen te beschermen. Voor die tijd kwamen er elke vier jaar epidemieën voor. Het aantal patiënten kon oplopen tot enkele duizenden. Nu komt de ziekte nog maar zelden voor. Dat vaccinatie belangrijk is toont de rodehondepidemie van 2004-2005 aan. Die heerste onder niet-gevaccineerden, en zorgde voor minstens 387 ziektegevallen. Daar waren 32 zwangere vrouwen bij.
Naar boven | Meer informatie over rodehond
Tetanus, ook wel bekend als kaakklem of wondkramp, wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Zodra die bacterie, die bijvoorbeeld in straatvuil zit, in een open wond(je) komt, kan iemand een tetanusinfectie oplopen. Ook door een dierenbeet kan iemand de ziekte krijgen. De incubatietijd is 2 tot 21 dagen. Mensen kunnen elkaar niet met tetanus besmetten.
Tetanus kan leiden tot een verkramping van de kaakspieren (kaakklem), slikklachten en ademhalingsproblemen. Door beschadiging van spier en zenuwstelsel kunnen botbreuken, hoge bloeddruk en hartritmestoornissen ontstaan. Zonder behandeling is tetanus dodelijk.
Voordat bijna iedereen werd ingeënt tegen tetanus, stierven in Nederland elk jaar zo’n 50 mensen aan de ziekte. Na de introductie van de vaccinatie in 1953 daalde het aantal sterfgevallen tot bijna nul. Sinds 1957 is de vaccinatie tegen tetanus onderdeel van het RVP. Omdat het gif van de bacterie zo snel werkt, heeft het immuunapparaat niet de tijd om antistoffen tegen de bacterie aan te maken. Iemand die de ziekte al gehad heeft, is daardoor nog steeds niet beschermd. Na vaccinatie wordt wel afweer opgebouwd, maar de vaccinatie geeft geen levenslange bescherming. Bij elke besmetting moet daarom gekeken worden of een tetanusvaccinatie nodig is.