U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › S › Smog
De term smog is een samentrekking van het Engelse smoke en fog en dateert uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Deze term werd gebruikt voor ernstige vervuiling door zwaveldioxide en fijn stof. Tegenwoordig spreken we van smog als de lucht sterk verontreinigd is door één of meer van de volgende stoffen: ozon (O3), fijn stof (PM10), zwaveldioxide (SO2) en stikstofdioxide (NO2).
Luchtverontreinigende
stoffen worden zowel door de mens als door natuurlijke processen in
de lucht gebracht. Afhankelijk van de weersomstandigheden en
chemische omzettingen kunnen stoffen zich ophopen in de atmosfeer
en ontstaat er smog.
Smog veroorzaakt door SO2 en NO2 komt in Nederland bijna niet meer voor. ’s Zomers kan smog ontstaan door ozon en ’s winters door fijn stof. Actuele meetwaarden en een smogverwachting worden vermeld bij het onderwerp Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en op teletekstpagina's 711 en 712.
De stoffen die onder smog vallen kunnen effecten op de gezondheid hebben. De totale omvang van de risico’s voor de bevolking wordt in grote mate bepaald door de mate van blootstelling en de duur van de blootstelling. Ozon is de meest reactieve en giftige component. Het dringt bij inademing door tot in de kleinste luchtwegen en de longblaasjes en zorgt zo voor prikkeling van de slijmvliezen. Voor fijn stof geldt dat zowel lage als hoge concentraties nadelige gezondheidseffecten hebben. In Nederland is het onwaarschijnlijk dat er concentraties SO2 en NO2 voorkomen die hoger zijn dan de huidige norm waarbij gezondheidseffecten optreden.
Smog wordt slechts in beperkte mate veroorzaakt door lokale bronnen
van luchtverontreiniging. Hierdoor hebben verkeersmaatregelen als
verlaging van de snelheid geen directe verlaging van de smog tot
gevolg. Vermindering van smog door ozon en fijn stof is alleen
mogelijk door structurele maatregelen te nemen. SO2 en
NO2 smog zal alleen voorkomen tijdens rampen en
incidenten.
Ja, op 11 juni 2008 is de nieuwe luchtkwaliteitrichtlijn van de Europese Unie (EU) in werking getreden. De richtlijn bevat normen voor de concentraties van ozon, fijn stof, SO2 en NO2 in de buitenlucht ter bescherming van de mens en de natuur. Er zijn o.a. informatiedrempels en alarmdrempels vastgesteld. In de Smogregeling 2010 (d.d. 10 juni 2010) wordt beschreven welke stappen er genomen moeten worden om de bevolking via de radio, televisie, kranten of het internet in te lichten wanneer een informatiedrempel of alarmdrempel voor ozon, fijn stof, SO2 en NO2 wordt overschreden. Actuele normen en beleidsstukken zijn opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het Compendium voor de Leefomgeving geeft een algemeen overzicht van normen.
Het RIVM stelt dagelijks een verwachting op voor de smogvormende componenten ozon en fijnstof en brengt actuele en te verwachten concentraties naar buiten via deze website en via teletekst. Als de informatiedrempel voor ozon of een alarmdrempel voor ozon, fijn stof, SO2 en NO2 wordt overschreden stelt het RIVM een persbericht op om de bevolking te informeren. Het RIVM beantwoordt geen publieksvragen. Voor specifieke gezondheidsadviezen kunt u bij instanties, zoals GGD en het Astmafonds terecht.