U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › S › Smog › Gezondheidseffecten Smog
De stoffen die onder smog vallen kunnen effecten op de gezondheid hebben. De totale omvang van de risico’s voor de bevolking wordt in grote mate bepaald door de mate van blootstelling en de duur van de blootstelling. Per smogcomponent zijn de gezondheidseffecten aangegeven.
Ozon is een gas dat
ontstaat uit een reactie tussen allerlei luchtverontreinigende
stoffen onder invloed van zonlicht. Hierdoor komen verhoogde
ozonniveaus eigenlijk alleen in het voorjaar en in de zomer voor,
omdat in de andere seizoenen de zonne-invloed te gering is om ozon
te laten ontstaan.
Ozon dringt bij inademing door tot in de kleinste luchtwegen en de
longblaasjes en zorgt zo voor prikkeling van de slijmvliezen. De
meest typische klachten van acute blootstelling aan ozon zijn een
prikkelende ademhaling (hoesten) en irritatie van de ogen. Ook kan
men last krijgen van verergering van luchtwegklachten, irritatie
van neus en keel, benauwdheid, duizeligheid, misselijkheid en
hoofdpijn.
Naarmate de concentraties ozon en de duur van de blootstelling
toenemen zullen steeds meer mensen last kunnen krijgen van hun
gezondheid ten gevolge van het inademen van deze stof . Net als
voor fijn stof geldt dat mensen die of relatief veel lucht inademen
zoals kinderen en sporters en mensen die zwaar lichamelijk werk in
de buitenlucht doen een verhoogde kans hebben om last te
ondervinden van ozon. Daarnaast is bekend dat ook ouderen eerder
last kunnen krijgen van de irriterende werking van ozon.
Bij geringe smog door ozon kunnen alleen mensen die extra gevoelig
zijn voor ozon, ouderen en kinderen al klachten krijgen. Bij hogere
ozonniveaus (matige smog ) kunnen gezondheidseffecten ook optreden
bij mensen die zich inspannen in de buitenlucht en bij mensen met
ziekten aan de luchtwegen. Nog hogere smogniveaus veroorzaken een
toename van de ernst van de effecten bij een groter deel van de
bevolking en een toename van de klachten bij de risicogroepen.
Men kan klachten voorkomen of verminderen door zich in de middag en
vroege avond niet langdurig in de buitenlucht in te spannen. In
deze uren is de concentratie van ozon het hoogst.
Op dit moment is nog onduidelijk of ozon de longen en de
slijmvliezen blijvend kan beschadigen.
Naarmate de concentratie van fijn stofniveaus toe neemt, zullen er
steeds meer mensen klachten kunnen krijgen over hun gezondheid.
Vooral mensen met chronische longziekten of hart- en vaatziekten
kunnen, wanneer zich hoge niveaus van fijn stof voordoen, te maken
krijgen met een toename van hun klachten. Andere groepen met een
grotere kans op klachten zijn kinderen, ouderen, diabetici,
sporters en mensen die zwaar lichamelijk werk in de buitenlucht
doen.
Als oorzaak voor de gezondheidseffecten kan geen enkel onderdeel
van een mengsel van fijn stof volledig worden uitgesloten, maar
sommige onderdelen van het fijn stof (fijn stof van
verbrandingsprocessen) lijken van groter belang te zijn voor
gezondheidseffecten dan andere (zeezout en bodemstof).
Bij fijn stof is op basis van de huidige inzichten geen
concentratie in de lucht aan te geven waaronder geen
gezondheidseffecten bij de mens optreden. Ook een waarde bij het
bereiken waarvan direct maatregelen moeten worden genomen om de
nadelige gezondheidseffecten tegen te gaan, is voor fijn stof niet
te geven. Hoe hoger de concentraties zijn hoe schadelijker voor de
gezondheid. De totale omvang van de risico’s wordt niet zo zeer
bepaald door enkele dagen met hoge fijnstof niveaus, maar vooral
door langdurige blootstelling aan verhoogde fijnstof niveaus. In
Nederland zijn de fijnstof niveaus relatief hoog t.o.v. andere
Europese landen; de hoge bevolkingsdichtheid en het autoverkeer
zijn hiervan de belangrijkste redenen.
Een verhoogde concentratie van fijn stof kan onder meer verergering
van luchtwegklachten veroorzaken, zoals astma-aanvallen,
benauwdheid en hoesten. Patiënten met astma of COPD en
(oudere) mensen met hart- en vaatziekten hebben hier in het
algemeen eerder last van. Recent onderzoek laat zien dat het niet
alleen gaat om effecten op de luchtwegen en longen maar dat ook
effecten op het hart-vaatsysteem aantoonbaar zijn. De klachten
kunnen per persoon verschillen. Men kan klachten voorkomen of
verminderen door zich niet langdurig in de buitenlucht in te
spannen als fijnstof concentraties verhoogd zijn.
In Nederland is het onwaarschijnlijk dat er concentraties SO2 voorkomen die tot enige last voor de bevolking zal leiden. Concentraties waarbij groepen in de bevolking last kunnen krijgen treden alleen op bij rampen en grootschalige incidenten en daarvoor gelden speciale interventiewaarden. Indien er toch smog van SO2 ontstaat, die niet het gevolg is van een ramp of incident, zal dat zijn in de buurt van bronnen van SO2 zoals industrie en verkeer. Gezondheidsklachten nemen toe als de hoeveelheid zwaveldioxide en de duur van de blootstelling toenemen. Mensen met ademhalingsmoeilijkheden, astma of chronische longziekten kunnen gedurende de periodes dat gewaarschuwd wordt voor smog hun buitenhuisactiviteiten zoveel mogelijk beperken. Ook kinderen met astma kunnen beter niet buiten spelen gedurende periodes dat de SO2 concentratie hoog is.
Hoewel NO2 een belangrijke component van
luchtverontreiniging is wordt er vooralsnog niet vanuit gegaan dat
deze stof zelf bij concentraties op of net boven de huidige norm
leidt tot gezondheidseffecten. De stof kan worden gezien als een
goede indicator van een mengsel van stoffen die vooral worden
geassocieerd met verkeersemissies. In het algemeen zullen mensen
van NO2 dus weinig tot geen last hebben tenzij de
concentratie een aantal malen hoger is dan de huidige norm.
Gezondheidseffecten die in verband worden gebracht met
stikstofdioxide, worden waarschijnlijk veroorzaakt door het gehele
mengsel van luchtverontreinigende stoffen. Net als voor fijn stof
geldt dat alle groepen die of relatief veel lucht inademen zoals
kinderen en sporters en mensen die zwaar lichamelijk werk in de
buitenlucht doen een verhoogde kans hebben last te hebben
NO2 en van de daarmee geassocieerde (en veelal
onbekende) stoffen.
Stikstofdioxide kan bij zeer hoge concentraties (aantal maal hoger
dan de huidige norm), irritatie veroorzaken aan ogen, neus en keel.
Bij blootstelling aan lagere concentraties stikstofdioxide wordt
een lagere longfunctie waargenomen. Ook een toename van
astma-aanvallen en ziekenhuisopnamen en een verhoogde gevoeligheid
voor infecties komen voor. Omdat NO2 zo sterk
gerelateerd is aan het mengsel van verkeersgerelateerde
verontreiniging en er ten gevolge van verkeersemissies wel degelijk
negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden, zijn ook aan
NO2 niveaus normen gekoppeld. Men kan klachten voorkomen
of verminderen door zich tijdens smogperiodes niet langdurig in de
buitenlucht in te spannen.