U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › S › Smog › Maatregelen om smog te verminderen Smog
De commissaris van de Koningin draagt de verantwoordelijkheid in perioden van smog en in geval van een calamiteit of bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard. Mocht hij op basis van de concrete informatie tot de conclusie komen dat maatregelen in een specifieke situatie in het belang van de openbare gezondheid zijn, dan kan hij hiertoe aanbevelingen geven of daartoe overgaan op grond van de Wet inzake de luchtverontreiniging (artikel 48).
Smog
door ozon en fijnstof wordt slechts in beperkte mate veroorzaakt
door lokale bronnen van luchtverontreiniging. Maatregelen als
verlaging van de maximumsnelheid van het verkeer, hebben veelal een
lokaal karakter. Dergelijke maatregelen hebben op de verbetering
van de luchtkwaliteit bij smog en daarmee op het wegnemen van acute
gezondheidseffecten van smog, slechts een marginaal effect. Zowel
de Gezondheidsraad (advies van 14 december 1990) als de Centrale
Raad voor de Milieuhygiëne (advies van 21 februari 1991) en het
RIVM kwamen tot deze conclusie voor de situatie in Nederland. De
Europese Commissie is van deze bevindingen in kennis gesteld. Voor
smog geldt dat het voorkomen en beperken daarvan in hoofdzaak
bewerkstelligd moet worden door structurele maatregelen waardoor de
heersende concentraties afnemen en het risico op smog afneemt.
De kans op ernstige smog door te hoge concentraties
SO2 en NO2 is uiterst klein. Iets dergelijks
is echter onder zeer uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld
bij een calamiteit, niet geheel uitgesloten. Structurele emissies
van deze stoffen door de zogenaamde gecontroleerde bronnen zullen
vrijwel zeker niet de oorzaak van ernstige smog kunnen zijn. De
meest voor de hand liggende maatregel om de luchtkwaliteit bij
incidenten of rampen terug te brengen tot een veilig niveau, is om
het incident, dan wel de ramp te bestrijden met gebruik van de
daartoe beschikbare (lokale en regionale) bevoegdheden en middelen
op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing, zoals
vastgelegd in de gemeentewet en de wet op de veiligheidsregio’s.
Ten behoeve van het treffen van maatregelen kan het
Beleidsondersteunend Team Milieuincidenten (BOT-mi)
geactiveerd worden.
Indien het vooruitzicht is dat het beëindigen van de emissie door
een incident of ramp lang gaat duren, kunnen de betrokken overheden
in onderlinge afstemming nagaan of het reduceren van de emissies
uit de gecontroleerde bronnen (verkeer en industrie) een wezenlijke
bijdrage kan leveren aan het verlagen van de concentraties. Bij dit
besluit dient meegewogen te worden hoe groot deze bijdrage kan
zijn, hoe lang het duurt voordat er resultaat is en welke
neveneffecten dergelijke maatregelen hebben.