U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › S › Stikstofdioxiden
Stikstofdioxide (NO2) is een gas dat in Nederland voor het grootste gedeelte door het autoverkeer wordt geproduceerd. Het is daarom een belangrijke indicator voor de luchtverontreiniging door verkeer. Bij de huidige niveaus van NO2 is het niet aannemelijk dat er gezondheidseffecten door NO2 worden veroorzaakt. Maar omdat NO2 zo sterk gerelateerd is aan het mengsel van verkeersgerelateerde verontreiniging en er ten gevolge van verkeersemissies wel degelijk negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden, zijn ook aan de NO2 niveaus normen gekoppeld.
Stikstofdioxide kan irritatie veroorzaken aan ogen, neus en keel en dringt door tot in de kleinste vertakkingen van de luchtwegen. Bij inademing kan longirritatie en een verminderde longfunctie worden waargenomen. Ook een toename van het aantal astma-aanvallen en ziekenhuisopnamen en een verhoogde gevoeligheid voor infecties komen voor. Het is aannemelijk dat de NO2-concentratie model staat voor een mengsel aan luchtverontreinigingen. Het is minder waarschijnlijk dat de gevonden associaties tussen NO2 en gezondheidseffecten door NO2 zelf worden veroorzaakt.
Voor NO2 zijn door de WHO advieswaarden opgesteld gericht op het beperken van de effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid van de mens. Deze waarden bestaan voor jaargemiddelde en voor uurgemiddelde concentraties en de EU houdt vanaf 2010 deze normen aan als grenswaarden. De jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide bedraagt 40 µg/m3 en de 1-uurs gemiddelde grenswaarde bedraagt 200 µg/m3. Voor de uurgemiddelde norm geldt dat deze niet vaker dan 18 keer per jaar overschreden mag worden. Nederland is één van de weinige EU-lidstaten die van de Europese Commissie tot 2015 uitstel heeft gekregen om aan de EU-richtlijn te voldoen.
De concentratie van stikstofdioxide bleef in 2010 in het overgrote deel van Nederland onder de norm van de Europese Unie voor het jaargemiddelde (40 µg/m3). Overschrijdingen traden nog wel op langs drukke verkeerswegen en incidenteel ook op locaties in grote steden die niet langs een drukke verkeersstraat of in de buurt van een snelweg liggen.
Voor de blootstelling aan piekconcentraties van stikstofdioxide geldt een grenswaarde voor het uurgemiddelde van 200 µg/m3. Deze waarde mag niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar worden overschreden. Overschrijding van deze grenswaarde is in Nederland al lang niet meer aan de orde, zo blijkt uit metingen. Wel komt het nog incidenteel voor dat uurwaarden boven de 200 µg/m3 worden bereikt. In 2010 was dit het geval op twee stations: een uur op het stadsstation Den Haag-Rebequestraat en op twee achtereenvolgende uren op het straatstation Amsterdam-Prins Bernhardplein.
De afname van de grootschalige stikstofdioxideconcentratie in de afgelopen twintig jaar bedroeg afgaande op de meetresultaten van de regionale stations 30%. Voor stads- en straatstations was de daling 40 respectievelijk 20%. De daling komt door maatregelen bij verkeer, industrie en energie. De mindere daling bij binnenstedelijke stations en de algemene afvlakking van de daling in de afgelopen jaren houdt mogelijk verband met de introductie van fijnstoffilters, gecombineerd met oxidatiekatalysatoren. Bij deze combinatie stijgt het aandeel stikstofdioxide in de uitlaatgassen. Ook wordt de daling in emissies van stikstofoxiden door verkeer voor een deel teniet gedaan door een toename van het aantal gereden kilometers.
De stikstofdioxideconcentraties in het zuiden en westen van het land zijn hoger dan in het noorden. Waarschijnlijk komen deze hogere waarden door de hogere verkeersintensiteit en meer industriële activiteit.