Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home Onderwerpen S Surveillance van soa en hiv in Nederland

Surveillance van soa en hiv in Nederland

Regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg

Per 1 januari 2012 zijn de regelingen Aanvullende Curatieve Soabestrijding (ACS) en -Aanvullende Seksualiteitshulpverlening (ASH) geïntegreerd tot één regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG).

De tekst van de herziene regeling en de bijbehorende toelichting is onlangs in de Staatscourant gepubliceerd. Benadrukt wordt dat het bij deze zorg om aanvullende hulpverlening blijft gaan; personen die niet aan de criteria voldoen kunnen terecht bij de reguliere eerstelijnszorg. In de rechterkolom onder het kopje 'Documenten ASG' vindt u aanvullende informatie betreffende de nieuwe regeling ASG.

 

Vanuit de nieuwe regelingen kan een aantal doelgroepen terecht bij de GGD voor – gratis en anonieme - aanvullende seksuele gezondheidszorg. Voor soa-zorg gaat het om de volgende personen:

  • Mannen die seks hebben met mannen (MSM)
  • Prostituees (in de laatste 6 maanden)
  • Prostituant (in de laatste 6 maanden)
  • Personen afkomstig uit een soa-endemisch gebied (Suriname, Nederlandse Antillen, Turkije, Marokko, Afrika, Zuid-Amerika, Azië, Oost Europa)
  • Personen met veel wisselende contacten (3 of meer partners in de laatste 6 maanden)
  • Personen met een partner uit de doelgroep MSM, prostituee, prostituant of soa-endemisch gebied
  • Personen die in het kader van de bron- en contactopsporing gewaarschuwd zijn voor een soa
  • Personen met klachten die wijzen op een soa
  • Personen jonger dan 25 jaar.

Voor aanvullende seksualiteitshulpverlening blijft de leeftijdsgrens voor jongeren tot 25 jaar gehandhaafd.

Alle hulpvragen van cliënten worden vertrouwelijk en indien gewenst anonoiem behandeld. In de nieuwe regeling is echter vastgelegd dat mensen die niet binnen een van bovenstaande risicocriteria vallen niet meer voor aanvullende soa-zorg in aanmerking komen alleen op basis van hun anonimiteitswens.
Nieuw is dat jongeren tot 25 jaar die zich op de GGD melden met een soa-hulpvraag in eerste instantie alleen op chlamydia getest worden, tenzij ze ook onder één of meer van de andere bovengenoemde criteria vallen. De gebruikelijke triagering geeft uitsluitsel over het gelopen risico, hiervoor gelden de landelijk vastgestelde criteria, zoals voorheen.
Indien een jongere ook behoort tot een groep met een verhoogd risico op een soa, gewaarschuwd is voor een soa of soa-klachten heeft, óf de jongere een positieve chlamydia test heeft, wordt ook op andere soa’s getest. Om voor vergoeding binnen de regeling in aanmerking te komen wordt dus óf enkel chlamydia getest óf minimaal op chlamydia, gonorroe, syfilis én hiv. 
Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat alle jongeren die zich melden voor seksualiteitshulpverlening daarnaast ook op chlamydia getest worden – de regeling is niet bedoeld als chlamydia screening. Integratie van de regeling houdt wél in dat er bij binnenkomst van jongeren met een soa-hulpvraag oog is voor mogelijke onderliggende problematiek op het bredere terrein van seksualiteit en er op dit gebied hulp verleend wordt.

De financiering voor aanvullende seksualiteitshulpverlening wordt losgekoppeld van het aantal spreekuren dat binnen een GGD-regio is uitgevoerd. Reden hiervoor is dat het gewenst is dat GGD regio’s meer mogelijkheden krijgen om de aanvullende seksualiteitshulpverlening in te richten op een manier die past bij de populatie en de aanwezige vragen en problematiek in hun regio. GGD’en worden niet meer verplicht een Sense spreekuur in te richten maar kunnen ook kiezen voor aanbod via bijvoorbeeld outreach activiteiten, e-hulpverlening of een combinatie van verschillende vormen van aanbod.

Klik hier voor de tekst van de herziene regeling publieke gezondheid in de staatscourant

 

naar boven

Aangifteplichtige soa

Hepatitis B is de enige aangifteplichtige soa in Nederland. GGD'en melden hepatitis B gevallen met behulp van een internetapplicatie (OSIRIS). Het RIVM verzamelt deze gegevens en maakt landelijke overzichten.

naar boven

 

Virologische weekstaten

Een test op een infectieziekte wordt gedaan bij een medisch-microbiologisch laboratorium. Wekelijks rapporteren medisch-microbiologische laboratoria aan het RIVM het aantal positieve testuitslagen van een groot aantal infectieziekten, waaronder chlamydia, hepatitis B en sinds 2005 ook hiv. Het RIVM publiceert elke maand een overzicht van deze infectieziekten in het Infectieziekten Bulletin. Gegevens uit de weekstaten zijn beschikbaar over de periode 1990 tot heden. Hiermee kunnen veranderingen in het voorkomen van infectieziekten tijdig worden gesignaleerd. Het totaal aantal testen en het type diagnostiek dat wordt gedaan, worden niet geregistreerd.
Naar virologische weekstaten 

naar boven

Surveillance van hiv in Nederland

De soa/hiv-surveillance unit van het RIVM draagt zorg voor het verzamelen, integreren en interpreteren van gegevens uit hiv-surveillanceactiviteiten in Nederland. De gegevens worden gebruikt voor rapportages aan de overheid en andere instanties met als doel meer inzicht te verkrijgen in de stand van zaken van hiv en aids in Nederland, risicogedrag en in veranderingen in de tijd. De gegevens zijn o.a. afkomstig uit:

  • Landelijke hiv-monitoring: geanonimiseerde gegevens over nieuw gediagnosticeerde personen met een hiv-infectie via de hiv-behandelcentra en de Stichting HIV Monitoring (SHM).
  • Hiv-surveillance in de soa-centra.
  • Hiv-screening bij zwangere vrouwen en bloeddonoren.
  • Hiv-surveys onder hoog-risicogroepen in Nederland. In samenwerking met GGD-en voert het RIVM hiv-surveys uit onder hoog-risicogroepen in Nederland, met als doel het monitoren van de hiv-prevalentie en risicogedrag.

naar boven

Partnerwaarschuwing bij soa/hiv

Het RIVM is samen met Soa Aids Nederland en een aantal GGD’en een project partnerwaarschuwing (PW) hiv, syfillis en gonorroe gestart. De 2 belangrijkste doelen zijn 1) het versterken van partnerwaarschuwing in brede zin bij alle soa centra, ter voorkoming van nieuwe infecties (primaire preventie) en/of deze vroegtijdig te behandelen (secundaire preventie), en 2) het monitoren van de effectiviteit van PW op basis van een uniform registratiesysteem. Beoogde resultaten van dit project zijn: 1) deskundigheidsbevordering en ontwikkeling van nieuwe instrumenten ter verbetering van de huidige praktijk van PW, en 2) de ontwikkeling van een registratiesysteem voor PW om de effectiviteit van PW in kaart te brengen.

Service

Service

Waarmerk drempelvrij.nl, 14 uit 16 ijkpunten correct; klik voor een reactie.