Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home Onderwerpen V Vaccins

Vaccins

Het RIVM ontwikkelt vaccins, koopt vaccins in en distribueert deze. Vaccins beschermen ons tegen besmettelijke ziekten, zoals tetanus, polio, rode hond en meningokokken C.

Een vaccin is een hulpmiddel voor het lichaam om zich te beschermen tegen bepaalde infectieziekten die veroorzaakt worden door virussen of bacteriën. Een vaccin is altijd afgeleid van de bacterie of het virus die de ziekte kan veroorzaken.

Bij een vaccinatie wordt de verzwakte of dode ziekteverwekker in het lichaam gebracht. Het afweersysteem gaat vervolgens aan het werk. Het vaccin prikkelt het immuunsysteem om antistoffen te produceren op ongeveer dezelfde manier als wanneer het echt om de ziekte gaat. Op deze wijze bouwt het lichaam immuniteit (afweer) op tegen een toekomstige infectie.

'Dode' en 'levende' vaccins

Er zijn twee grote groepen vaccins: geïnactiveerde of 'dode' vaccins en 'levende' vaccins.

Bij 'levende' vaccins wordt de natuurlijke ziekteverwekker verzwakt, bijvoorbeeld door een virus te kweken op bebroede eieren. Hierdoor ontstaan mutanten (gewijzigde vorm) van het oorspronkelijke virus, die eenmaal in een vaccin bij de mens wel de gewenste afweerreactie oproepen, maar niet de ziekte veroorzaken. 'Levende' vaccins wekken een reactie op die lijkt op een sterk afgezwakte vorm van de ziekte. Hierdoor zorgen zij in het algemeen voor een betere en langere afweer dan 'dode' vaccins.

Zeer virulente ziekteverwekkers kunnen zelfs als ze verzwakt zijn nog een infectie veroorzaken, daarom worden ze geïnactiveerd, oftewel: gedood. Dat gebeurt door de bacterie of het virus te verhitten, te zuiveren of via chemische weg inactief te maken. Door dit inactiveren reageert het afweerapparaat minder dan bij een levend vaccin. Door toevoeging van een adjuvans - een hulpstof - neemt de afweerreactie echter weer toe.

Langer leven dankzij vaccinaties

Mede dankzij vaccinatie komen de meest gevreesde infectieziekten in de Westerse landen niet meer voor en worden we dertig jaar ouder in vergelijking met zo'n honderd geleden. In de Gouden Eeuw stierf bijna de helft van alle kinderen nog voor hun 18e jaar.

Pokken was een belangrijke oorzaak. Tien procent van alle sterfgevallen was te wijten aan deze ziekte. Heel begrijpelijk dat na de ontdekking van het pokkenvaccin (door de Engelsman Jenner in 1796) dit vaccin drie jaar later al in Nederland werd gebruikt en vanaf 1823 zelfs verplicht werd bij schoolbezoek. De wereldwijde toepassing van het pokkenvaccin werd in 1979 bekroond met de uitroeiing van de ziekte.

Totdat Pasteur in 1880 vaccins begon te ontwikkelen, was pokken de enige ziekte waartegen gevaccineerd kon worden. Inmiddels bestaat in Nederland al meer dan 50 jaar het Rijksvaccinatieprogramma, kortweg RVP, dat bescherming biedt tegen een groot aantal levensbedreigende infectieziekten zoals difterie, kinkhoest, tetanus, polio, bof, mazelen, rodehond, meningokokken C en pneumokokken.

 








Laatste nieuws

Andere informatiebronnen

Gerelateerde informatie

Service

Service

Waarmerk drempelvrij.nl, 14 uit 16 ijkpunten correct; klik voor een reactie.