Structureel echoscopisch onderzoek (SEO)

Rond de 20e week van de zwangerschap kunnen zwangeren een echo-onderzoek (het structureel echoscopisch onderzoek) laten doen om neurale-buisdefecten en een aantal andere structurele afwijkingen op te sporen.

Binnen het programma prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het SEO zijn landelijke kwaliteitseisen vastgesteld voor de screeningstesten: deze vindt u hier.


De test

Met het structureel echoscopisch onderzoek (SEO) wordt gekeken naar structurele (lichamelijke) afwijkingen van het ongeboren kind. Dit onderzoek wordt bij voorkeur uitgevoerd rond 20 weken amenorroe (tussen 18+0 en 22+0 weken amenorroe). Het streven is het SEO voor 21+0 weken af te ronden. De reden hiervoor is dat bij gevonden afwijkingen vervolgonderzoek vaak tijdrovend is en dat er na de uitkomst van het vervolgonderzoek, voldoende tijd moet zijn voor de zwangere om voor zichzelf af te wegen of ze de zwangerschap al dan niet wil afbreken.

Exclusiecriteria

Alle zwangeren komen in aanmerking voor een SEO.

Lukt het echoscopisch onderzoek altijd?

Het SEO bij een zwangerschapsduur van 18 tot 20 weken vindt niet alle aandoeningen. Het hangt van de aard van de aandoening af hoe groot de kans is dat de afwijking wordt gezien bij het SEO. Sommige afwijkingen zijn te klein om te kunnen zien bij deze termijn en sommige afwijkingen ontstaan pas later in de zwangerschap. Bij sommige zwangeren is de beeldvorming niet optimaal, bijvoorbeeld door overgewicht, littekenweefsel in de buikwand of ligging van het kind.

Ontdekt de test alle foetussen met een afwijking (sensitiviteit)?

De kans dat een bepaalde afwijking wordt opgespoord met een SEO verschilt per afwijking.

Hoeveel zekerheid geeft het SEO?

Een normale uitslag van het SEO is geruststellend, maar het sluit niet uit dat er toch afwijkingen zijn bij de foetus. Niet alle lichamelijke afwijkingen kunnen worden gezien met een echo rond de 20 weken zwangerschap. Daarnaast is het SEO geen genetisch onderzoek en kunnen bijvoorbeeld verstandelijke beperkingen niet vastgesteld worden. Het is belangrijk dat de zwangere zich de beperkingen van het SEO realiseert.

Een aantal zwangeren krijgt te horen dat het SEO aanwijzingen laat zien voor een afwijking bij het kind. Bij vervolgonderzoek blijken deze afwijkingen er toch niet te zijn. Er was sprake van een fout-negatieve uitslag.

Nevenbevindingen

Zwangeren die besluiten een SEO te laten verrichten, kiezen daarmee voor onderzoek van het hele kind. De echoscopist  zal alle aandoeningen die ze ziet communiceren. De zwangere kan er niet voor kiezen bepaalde aandoeningen niet te willen weten. Naast structurele afwijkingen kunnen andere afwijkingen gevonden worden die relevant zijn en vervolgonderzoek behoeven. Voorbeelden hiervan zijn een afwijkende placenta, vasa praevia, myomen of maternale adnexafwijkingen.

Ook is het mogelijk dat zogenaamde ‘sonomarkers’ of ‘softmarkers’ gevonden worden bij het SEO.

Wie en hoe wordt de uitslag gegeven?
 

Niet afwijkende uitslag

  • De SEO-echoscopist die het onderzoek uitvoert is verantwoordelijk voor het geven van de uitslag aan de zwangere.

Afwijkende uitslag

  • De SEO-echoscopist die het onderzoek uitvoert is verantwoordelijk voor het geven van de uitslag.
  • Over de verwijzing voor de posttestcounseling en het vervolgonderzoek in een Centrum voor Prenatale Diagnostiek dienen de echoscopist en de verloskundig zorgverlener gezamenlijk goede afspraken te maken. Verwijzing van en voorlichting aan de zwangere vindt conform die afspraken plaats.

Meer informatie over vervolgonderzoek is te vinden onder ‘Vervolgonderzoek na SEO’.

Home / Onderwerpen / P / Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en SEO / Structureel echoscopisch onderzoek (SEO)

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu