Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoeken of menu.

U bevindt zich op: Home R Rijksvaccinatieprogramma De inenting Rijksvaccinatieprogramma

De prikken

Baby’s worden meestal in het bovenbeen geprikt. Bij peuters, kleuters en schoolkinderen wordt op twee plekken in de bovenarm geprikt, afhankelijk van de vaccinatie. Omdat er meestal meerdere prikken gegeven worden, gebeurt dat ook in beide armen of benen.
U kunt een peuter en kleuter het best op schoot nemen. Dat geeft een gevoel van veiligheid en bescherming. Schoolkinderen zitten op een stoel als ze een prik krijgen. Maar als de zenuwen te erg worden, kunnen ze bij u op schoot gaan zitten.
Ontsmetten van de arm voor de prik is mogelijk maar niet zinvol. Pijnbestrijding met crèmes helpt ook niet. Een prik doet meestal een beetje pijn maar dat duurt niet lang. Vaak is troosten en afleiden voldoende.

Combinatie van prikken

Kinderen krijgen vaak meerdere vaccins tegelijk. Voor het afweersysteem van het lichaam (immuunsysteem) is dat geen probleem. Ook geeft de combinatie van vaccins geen extra of heftiger bijwerkingen dan losse vaccins. Omdat elke prik een kans op bijwerkingen geeft, is het juist beter om meerdere vaccins te combineren in één prik.

Informatie per prikmoment

Voor elk prikmoment is een folder beschikbaar. Deze folder krijgt u op het consultatiebureau of van de GGD wanneer uw kind wordt ingeënt. In de folder leest u meer over de prikken, de mogelijke bijwerkingen en wat u daartegen kunt doen. U kunt de folders hieronder downloaden.

Cover folder DKTP-Hib-HepB-en Pneu-prikken

 

 


BMR | Bof, Mazelen en Rodehond

Kinderen worden tegen de bof, mazelen en rodehond gevaccineerd als ze 14 maanden zijn en als ze 9 jaar zijn. Dit combinatievaccin BMR, beschermt met één prik beschermt tegen bof, mazelen en rodehond. De BMR-prik wordt onderhuids in de bovenarm gegeven. Tegelijk met de eerste BMR-prik krijgen kinderen ook een prik tegen meningokokken C. De tweede BMR-prik wordt tegelijk met de DTP-prik gegeven. Deze prikken krijgen kinderen op een andere plek dan de BMR-prik. De twee BMR-prikken samen zorgen voor levenslange bescherming tegen de bof, mazelen en rodehond.

 

DKTP | Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Polio

In het Rijksvaccinatieprogramma wordt een acellulair kinkhoestvaccin gebruikt. Dat is opgenomen in combinatievaccins voor baby’s en kleuters.

  • DKTP-Hib-HepB-vaccin: op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden.
  • DKTP-vaccin: op de leeftijd van 4 jaar.
  • DTP-vaccin: op de leeftijd van 9 jaar.
  • Revaccinatie met DTP bij reizen naar gebieden met difterie.
  • Tetanusvaccinatie op indicatie na verwonding

De DKTP-Hib-HepB wordt tegelijk gegeven met de inenting tegen pneumokokkenziekte. De DTP-inenting tegelijk met de tweede BMR-inenting. Bij gelijktijdig toedienen van vaccinaties worden beide vaccinaties op een ander plaats ingespoten. De DKTP-Hib-HepB-, DKTP- en DTP-vaccinaties worden in de spier gegeven.

Hib | Haemophylus Influenzae type b

Het Hib-vaccin wordt tegelijk met vaccins tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio toegediend in één combinatieprik: de DKTP-Hib-prik. Kinderen krijgen die prik vier keer, als ze 2, 3, 4 en 11 maanden oud zijn. De DKTP-Hib-HepB-inenting wordt tegelijk gegeven met de inenting tegen pneumokokkenziekte, maar op een andere plaats ingespoten.

HepB | Hepatitis B

Alle kinderen die geboren zijn op of na 1 augustus 2011 krijgen vaccinatie tegen hepatitis B aangeboeden in de DKTP-Hib-HepB-prik. Kinderen van moeders die het hepatitis B-virus bij zich dragen, krijgen sinds 1 januari 2006 binnen 48 uur na de geboorte een hepatitis B-vaccinatie. Die wordt gegeven door de verloskundige of arts die bij de bevalling aanwezig is. De verloskundige of arts geeft het kind vlak na de geboorte ook immunoglobulinen (kant-en-klare antistoffen). Daarna krijgen de kinderen dezelfde vaccinaties als alle andere kinderen.

  • DKTP-Hib-HepB: op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden.

Pneu | Pneumokokken

De vaccinatie tegen pneumokokken wordt tegelijk gegeven met de inenting tegen DKTP-Hib(-HepB), maar op een andere plaats ingespoten. Kinderen krijgen de prik drie keer: met 6-9 weken, 4 maanden en 11 maanden.

MenC | Meningokokken C

De vaccinatie tegen meningokokken C wordt één keer gegeven, als het kind 14 maanden oud is. De prik wordt tegelijk gegeven met de eerste BMR-prik (tegen bof, mazelen en rodehond), maar op een andere plek van het lichaam.

HPV | Baarmoederhalskanker

De vaccinatie tegen het HPV-virus wordt 2 keer gegeven, in het jaar dat het meisje 13 jaar wordt. De tweede prik wordt 6 maanden na de eerste prik gegeven. Meisjes die na hun 15e verjaardag met de inenting tegen HPV beginnen hebben 3 prikken nodig.

Service

Service

Waarmerk drempelvrij.nl Webrichtlijnen; klik voor een reactie.