Gewasbeschermingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelen in de landbouw worden gewasbeschermingsmiddelen genoemd. Bestrijdingsmiddelen die buiten de landbouw worden toegepast zijn biociden.

De beschikbare gegevens per stof vindt u rechts via Zoek stof.

De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb, 2007) omschrijft een gewasbeschermingsmiddel als een werkzame stof of een preparaat met één of meer werkzame stoffen, te gebruiken om: 1. planten of plantaardige producten te beschermen tegen alle schadelijke organismen of de werking daarvan te voorkomen;
2. levensprocessen van planten te beïnvloeden, voor zover het niet gaat om nutritieve stoffen;
3. plantaardige producten te bewaren;
4. ongewenste planten te doden of
5. delen van planten te vernietigen of een ongewenste groei van planten te remmen of te voorkomen.

Risico's

Gewasbeschermingsmiddelen kunnen onbedoeld in het omliggende milieu terecht komen. Ze kunnen de sloot in waaien, of na een regenbui van het gewas en de bodem afspoelen. Dat kan leiden tot schade aan het milieu. Maar ook binnen bespoten akkers kunnen planten en dieren waartegen het middel niet is bedoeld, schadelijke effecten ondervinden.
Mensen kunnen via het milieu (lucht, zwem- en drinkwater) worden blootgesteld aan de middelen en door het eten van gewassen die ermee behandeld zijn. Ook kunnen mensen in aanraking komen met  gewasbeschermingsmiddelen bij het gebruik ervan, zowel professioneel als particulier. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden opgenomen in het lichaam en elders in het lichaam mogelijk schade aanrichten.
Door het maken van een risicobeoordeling wordt onderzocht of de voorgestelde wijze van toepassing en de gebruikte concentraties / doseringen zodanig zijn, dat er bij normaal gebruik geen nadelige milieu- of gezondheidseffecten zullen optreden.

Wettelijk kader

EU wetgeving

In Richtlijn 91/414/EEG is de registratie van gewasbeschermingsmiddelen vastgelegd. Deze richtlijn wordt 14 juni 2011 vervangen door Verordening (EG) 1107/2009 . De nieuwe richtlijn bepaalt dat de actieve stoffen op Annex 1 van de richtlijn moeten worden geplaatst, voordat het product in de lidstaten van de EU mag worden toegelaten. Vervolgens moeten de lidstaten de specifieke toepassingen en producten beoordelen en registreren. Daarbij worden voor de gewassen waarop het middel gebruikt wordt Maximale Residu Limieten (MRLs) afgeleid. Dit zijn wettelijke toegestane maximale residugehaltes van stoffen in of op primaire agrarische producten. De MRLs worden opgenomen in Verordening (EG) 396/2005 .

Nederlandse wetgeving

De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) stelt algemene regels voor handel en gebruik van bestrijdingsmiddelen in Nederland. De wet richt zich op: 
- deugdelijkheid voor het doel waarvoor de middelen bestemd zijn,
- veiligheid en gezondheid van mens en dier,
- effecten op het milieu.
De Wgb vervangt de Bestrijdingsmiddelenwet van 1962 en geeft uitvoering aan Richtlijn 91/414/EEG . De wet is nader uitgewerkt in het Besluit nadere regels voor gewasbeschermingsmiddelen en Biociden en in de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Technische informatie

Met de nieuwe Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb) is per 1 januari 2010 het toetsingskader van kracht geworden. Met deze regeling zijn methodes voor de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden vastgesteld. Daarmee vervalt de Handleiding voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (HTB). Het Ctgb wil transparant werken en heeft daarom Evaluation Manuals opgesteld, die te vinden zijn onder de tab Procedures / toetsingskader> Toetsingskader. 

De Bestrijdingsmiddelenatlas biedt informatie over de metingen van bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater, gekoppeld aan landgebruik en getoetst aan verschillende normen.

De website FAO – Pesticide Management van de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO) geeft informatie over de wereldwijde beoordeling van actieve stoffen in gewasbeschermingmiddelen, en de afleiding van MRLs voor de Codex Alimentarius.
USES is een beslissingsondersteunend instrument om risicobeoordelingen te maken voor gewasbeschermingsmiddelen, biociden en stoffen die onder REACH vallen.


Relevante links

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) is verantwoordelijk voor het registratieproces en het beoordelen van de dossiers waarmee de werkzaamheid en de veiligheid moeten worden aangetoond. De beoordeling van de actieve stoffen gebeurt op Europees niveau (zie onder), waaraan het Ctgb namens Nederland deelneemt. De beoordeling van allerlei technische aspecten wordt vaak uitbesteed aan instanties of deskundigen buiten het Ctgb, zoals het RIVM.

De toelating van de actieve stoffen in gewasbeschermingsmiddelen valt in Europa onder DG Health and Consumer Protection. De European Food Safety Authority (EFSA) adviseert over alle aspecten van voedselveiligheid, waaronder de toelating van de actieve stoffen in gewasbeschermingsmiddelen. Het EFSA Panel on Plant Protection Products and their Residues (PPR) is verantwoordelijk voor methodiekontwikkeling op dit vlak en voor de relevante risk assessment guidelines. Hier vindt u een lijst met termen die gerelateerd zijn aan gewasbeschermingsmiddelen.

In de EU Pesticides database zijn gezondheidskundige normen ADI, ARfD en AOELs en MRLs voor actieve stoffen te vinden.

Andere informatiebronnen

  • Nedelandse instituten
  • EU instituten
  • Overige internationale instituten
  • Databases

Home / Onderwerpen / R / Gewasbeschermingsmiddelen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu