Domino-effecten

Domino-effecten ontstaan wanneer het falen van een gevarenbron leidt tot het falen van een andere gevarenbron. Bij een domino effect zijn de (directe) gevolgen van het falen van de eerste gevarenbron kleiner dan de gevolgen van het falen van het vervolgongeval.

Achtergrondinformatie

Met betrekking tot externe veiligheid worden de volgende domino-effecten onderscheiden:

  1. Een installatie met gevaarlijke stoffen binnen een (Brzo-)inrichting faalt en leidt tot het falen van een andere installatie met gevaarlijke stoffen op dezelfde inrichting.
  2. Een installatie met gevaarlijke stoffen binnen een Brzo-inrichting faalt en leidt tot het falen van een installatie met gevaarlijke stoffen op een andere Brzo-inrichting.
  3. Een installatie op een inrichting of een transportleiding met gevaarlijke stoffen faalt doordat een (deel van een) windturbine, een hoogspanningsmast of een vliegtuig op de installatie of transportleiding valt.
  4. Een transportleiding faalt en leidt tot het falen van een naastgelegen leiding met gevaarlijke stoffen.

Meer achtergrondinformatie is te vinden in het artikel "Windturbines op veilige afstand?" gepubliceerd in oktober 2005 in MilieuMagazine en heeft geen formele status.

Wetgeving

Alleen voor de tweede situatie geeft de wet aan dat rekening gehouden moet worden met domino-effecten. Artikel 7 van het Brzo bepaalt dat inrichtingen geïdentificeerd moeten worden waar zware ongevallen kunnen leiden tot domino-effecten bij naburige bedrijven. Zowel aan de veroorzaker van het risico als aan het blootgestelde bedrijf stelt het Brzo aanvullende eisen.

De Handleiding Risicoberekeningen Bevi wordt in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) aangehaald als de methodiek die gebruikt moet worden om de risico’s voor inrichtingen te bepalen die vallen onder het Bevi. Hetzelfde geldt voor de Handleiding Risicoberekeningen Bevb in combinatie met transportleidingen die vallen onder het Bevb. In beide handleidingen wordt aangegeven dat rekening gehouden moet worden met domino-effecten wanneer de kans op falen van een windturbine, hoogspanningsmast of vliegtuig groter is dan 10% van de standaard faalfrequentie van het instantaan falen van een installatie c.q. breuk van een transportleiding.

Ten aanzien van situatie 4 is geen wetgeving die hier op in gaat.

Rekenvoorschrift

Voor het bepalen van de additionele kans op falen ten gevolge van het falen van een windturbine, hoogspanningsmast, is door Agentschap NL een praktijkrichtlijn opgesteld, te weten het Handboek Risicozonering Windturbines (situatie 1 en 3).

Voor het bepalen van de additionele kans op falen ten gevolge van het falen van een vliegtuig, is geen methodiek ontwikkeld en zal maatwerk nodig zijn.

Voor de identificatie van domino-inrichtingen (situatie 3) is het instrument Identificatie Domino-Effecten (IDE) ontwikkeld. Met dit document kan vastgesteld worden of de afstand tussen twee Brzo-inrichtingen zodanig is dat een domino-effect mogelijk is.

Momenteel wordt door een werkgroep gewerkt aan een document waarmee domino-effecten bij buisleidingen geïdentificeerd kunnen worden (situatie 4). Het document beschrijft wanneer domino-effecten te verwachten zijn en geeft aanbevelingen om domino-effecten te voorkomen of te verminderen. Het document heeft geen wettelijke status.

Rekenprogramma

Berekeningen een QRA en ook domino-effecten worden uitgevoerd met SAFETI-NL, versie 6.54.

domino

Home / Onderwerpen / S / SAFETI-NL / Domino-effecten

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu