Kunstmatige bronnen

Een deel van de stralingsbelasting is afkomstig van kunstmatige bronnen. Soms worden mensen opzettelijk blootgesteld aan straling, zoals bij het maken van een röntgenfoto. Soms is straling echter een ongewenst bijproduct van bijvoorbeeld industriële activiteiten.

Medische handelingen

foto van een bedrijventerrein met rokende schoorsteen

Onderzoeken in het ziekenhuis of bij de tandarts maken soms gebruik van straling. Bijvoorbeeld voor het maken van een röntgenfoto of een CT-scan. De dosis door dit soort medische handelingen vormt de grootste component in de totale stralingsbelasting. Het 'Informatiesysteem Medische Stralingstoepassingen' informeert over aard en omvang van medische stralingstoepassingen in Nederland. Het IMS schat de jaardosis per inwoner van Nederland als gevolg van medische diagnostiek in 2008 op 0,81 mSv. Deze waarde neemt bij elk peilmoment toe, en is sinds 2002 met ongeveer 50% gestegen.

Lozingen in het milieu

Een aantal bedrijven en instellingen in Nederland loost radioactiviteit in de lucht of in het water. Door de toepassing van straling in sommige instellingen kunnen ook mensen buiten de instelling aan straling worden blootgesteld. Voorbeelden zijn ziekenhuizen, nucleaire installaties en de procesindustrie. De gemiddelde jaardosis per inwoner van Nederland door deze bronnen is kleiner dan 0,01 mSv. Meer informatie hierover is te vinden onder het onderwerp 'Stralingsbronnen (reguleerbaar)'.

Consumentenproducten

Radioactiviteit werd vooral in het verleden ook in consumentenproducten toegepast, zoals rookmelders, wijzerplaten, cameralenzen en gloeikousjes. Een overzicht hiervan is te vinden in het RIVM-rapport 'Radioactiviteit in Nederlandse gebruiksartikelen'. Veel van deze producten zijn inmiddels uit de handel genomen. Zo worden er bij de bouw van nieuwbouwwoningen geen ionisatierookmelders meer gebruikt. Het onderwerp 'Stralingsbronnen (reguleerbaar)' bevat meer informatie hier over. De jaardosis per inwoner van Nederland door radioactiviteit in gebruiksartikelen is in 2002 geschat op 0,3 microSv. In 1988 was dit nog 9 microSv. Er is dus sprake van een sterke afname.

Fall-out

De bovengrondse kernwapenproeven in de afgelopen eeuw en ongevallen met nucleaire installaties hebben radioactiviteit in de atmosfeer gebracht. De jaardosis per inwoner van Nederland ten gevolge van deze bronnen wordt voor 2000 geschat op ten hoogste 0,02 mSv. Door verwering en radioactief verval is dit getal sindsdien kleiner geworden. De gevolgen van het kernongeval in Tsjernobyl in 1986 zijn in dit getal verdisconteerd. In 2000 werd geschat dat de jaardosis per inwoner van Nederland door het ongeval in Tsjernobyl 7 microSv bedroeg, ten opzichte van 48 microSv in 1986.

foto van een kernbomexplosie met typische paddenstoelwolk

Blootstelling in arbeidsomstandigheden

Er werken in Nederland enkele tienduizenden mensen met straling, bijvoorbeeld in ziekenhuizen, dierenartspraktijken, onderzoek, de nucleaire industrie en het onderwijs. De stralingsdosis van deze mensen wordt geregistreerd in het Nationaal Dosisregistratie en Informatie Systeem. De jaardosis per inwoner van Nederland ten gevolge van de beroepsmatige blootstelling aan straling is in 2000 geschat op ongeveer 0,7 microSv. In het RIVM-rapport 'Stralingsbelasting in Nederland' uit 2003 wordt verwacht dat deze dosis niet verder zal stijgen, onder meer door betere afscherming en lagere doses bij medische verrichtingen.

 

Home / Onderwerpen / S / Stralingsbelasting in Nederland / Kunstmatige bronnen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu