Natuurlijke bronnen

Van de straling waar mensen dagelijks aan blootstaan is een deel van natuurlijke oorsprong. De belangrijkste voorbeelden zijn kosmische straling, straling uit radioactieve stoffen in ons voedsel en straling uit de bodem.

Kosmische straling

Kosmische straling is afkomstig van de zon en van bronnen buiten het zonnestelsel. Primaire kosmische straling bestaat uit protonen en atoomkernen. De kosmische straling die het aardoppervlak bereikt is secundaire straling. De secundaire straling ontstaat uit interacties van primaire straling met atomen in de atmosfeer van de aarde. De secundaire straling bestaat vooral uit muonen en elektronen. De intensiteit hiervan hangt af van de geomagnetische breedtegraad en de hoogte boven zeeniveau.

Straling uit de bodem

De aardbodem bevat radioactieve stoffen uit de thorium- en uraniumreeksen en kalium-40. Hierdoor komt straling uit de bodem die terrestrische straling wordt genoemd. Ook kunnen radioactieve edelgassen zoals radon en thoron uit de bodem ontsnappen. Inademing van de vervalproducten van radon en thoron draagt bij aan de stralingsdosis van de mens. De radioactieve stoffen uit de bodem komen ook in ons voedsel terecht. De mens wordt daarom door inname (ingestie) van voedsel en drank inwendig bestraald.

Totale dosis door natuurlijke bronnen en processen

De jaardosis die een Nederlander zou oplopen als hij zich altijd buiten (in een natuurlijke omgeving) zou bevinden is ongeveer 1,2 mSv. Deze dosis is de som van 0,3 mSv voor kosmische straling, 0,2 mSv voor externe straling uit de bodem, 0,4 mSv voor straling uit voedsel en 0,3 mSv voor straling door inademing van vervalproducten van radon en thoron uit de bodem.

Nationaal Meetnet Radioactiviteit

Het Nationaal Meetnet Radioactiviteit is opgezet als waarschuwingsmeetnet voor stralingsongevallen, maar geeft ook een goed beeld van variaties van het stralingsniveau buitenshuis. Het meet continu op meer dan 150 locaties in Nederland het stralingsniveau. De straling uit natuurlijke bronnen levert in het vrije veld een omgevingsdosistempo op dat in Nederland varieert van ongeveer 60 tot 90 nSv/h. Tijdens bijvoorbeeld zware regenval treden hierin kortstondige verhogingen op. Bij een waarde boven de 200 nSv/h wordt het RIVM automatisch gewaarschuwd. Het RIVM stelt dan een nader onderzoek in naar de oorzaak van die overschrijding. Bij metingen boven 2000 nSv/h wordt ook de regionale brandweer meteen gewaarschuwd.

 

land en wolken

Andere informatiebronnen

Home / Onderwerpen / S / Stralingsbelasting in Nederland / Natuurlijke bronnen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu