Besmetting

De worm (van enkele millimeters lang) leeft slechts een paar weken in de dunne darm van de gastheer. Daar paren mannelijke en vrouwelijke wormen. De vrouwtjes zijn levendbarend. De larven die geboren worden, gaan op trektocht door het lichaam. In het lichaam nestelen ze zich uiteindelijk ergens in de spieren (spiertrichinen), met een voorkeur voor de middenrifspier, tongspier, kauwspier, oogspier en de spieren van rug en lendenen. Daar vormt zich bij de meeste Trichinella soorten een kapsel om de larve, die daarna jarenlang kan overleven. Wanneer een volgende gastheer besmet vlees op eet, zullen er uit de ingekapselde larven weer wormen groeien in de dunne darm en begint de cyclus van voren af aan.
Er zijn twee cycli van Trichinella overdracht, één waarin besmette wilde dieren elkaar besmetten en één waarin landbouwhuisdieren besmet raken. De mens kan via beide wegen besmet raken door het eten van onvoldoende verhit vlees. Varkensvlees, paardenvlees en wild zwijn zijn mogelijke bronnen van besmetting. Varkens eten alles en kunnen daardoor gemakkelijk een besmet (knaag)dier binnen krijgen.
Het risico van Trichinella-infecties is één van de redenen waarom varkens geen restaurantafval mogen eten: ze zouden zo besmet vlees kunnen eten en zelf besmettelijk worden voor de mens. Paarden zijn weliswaar geen vleeseters maar blijkbaar krijgen ze toch wel eens het kadaver van een besmette muis of ander klein dier binnen.
In Nederland is het risico op besmetting via deze vleessoorten minimaal, omdat de meeste varkens geen kans lopen om besmet te raken door de wijze van huisvesting (de meeste varkens zitten binnen, in stallen waar geen ongedierte komt) en omdat ieder van deze dieren getest wordt op het slachthuis. Het eten van meer exotische wildsoorten, of wild dat niet gekeurd is, vormt echter wel een risico wanneer het vlees onvoldoende verhit is.

Home / Onderwerpen / T / Trichinellose / Besmetting

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu