Preventie

Hoe kunt u besmetting met een zoönose van wilde knaagdieren voorkomen?

Wilde knaagdieren kunnen ziekteverwekkers zoals virussen, bacteriën of parasieten bij zich dragen waar mensen ziek van kunnen worden. Deze ziekteverwekkers worden zoönosen genoemd. Om een besmetting te voorkomen, kunt u de volgende adviezen opvolgen.

  • Zorg dat u niet direct in contact komt met levende en dode wilde knaagdieren en hun urine, ontlasting en speeksel.
  • Draag bij voorkeur handschoenen bij het aanraken van (dode) knaagdieren of mogelijk besmette materialen.
  • Moet een afgesloten ruimte worden schoongemaakt waar mogelijk ontlasting van wilde knaagdieren ligt? Maak deze ruimte dan eerst nat schoon. Door vegen of stofzuigen kunnen mogelijke ziektekiemen in de lucht komen en worden ingeademd.
  • Was de handen met water en zeep na contact met dieren, aarde of oppervlakte water.
  • Zwem alleen in officiële zwemwateren en probeer geen water binnen te krijgen.
  • Wees bedacht op teken als u van maart tot oktober in de natuur komt. Verwijder deze zo snel mogelijk en desinfecteer de beetplaats. Noteer de datum, de plaats van de teek op het lichaam en het gebied waar de tekenbeet is opgelopen. Ga met klachten naar een arts.

Hoe voorkom je wilde knaagdieren in en om het huis?

  • Houd de omgeving schoon van afval.
  • Doe afval in afsluitbare bakken en leeg deze regelmatig.
  • Maak openingen in muren en vloeren dicht.
  • Bewaar voedingswaren in afgesloten verpakkingen.

Heeft u last van wilde knaagdieren in en om het huis?

Ga dan na wat u zelf nog kunt doen om deze dieren te weren. Als dit niet helpt, kunt u een bedrijf inschakelen voor dierplaagbeheersing.

Mensen die beroepsmatig in contact komen met wilde knaagdieren, bijvoorbeeld dierplaagbeheerders, zijn een risicogroep voor infecties met zoönosen. Werkt u als dierplaagbeheerder? Neem dan extra beschermende en hygiënische maatregelen tijdens uw werk.

Vrouw met handschoen
RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu