U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Ziekten & Aandoeningen › H › Hepatitis B › Hepatitis B in het Rijksvaccinatieprogramma Hepatitis B
Hepatitis B wordt veroorzaakt door het hepatitis B-virus.
Hepatitis B komt wereldwijd veel voor. In Nederland is de kans om
hepatitis B te krijgen niet groot. Ongeveer 4% van de bevolking is
ooit met dit virus in aanraking geweest. Besmetting met het virus
kan echter wel ernstige gevolgen hebben. Vooral kinderen hebben een
grotere kans op deze gevolgen als zij hepatitis B oplopen. De
ziekte wordt overgedragen door bloed-bloedcontact, seksueel contact
of besmette voorwerpen waar je je aan prikt. Gezamenlijk gebruik
van bijvoorbeeld tandenborstels of scheermesjes kan eventuele
besmetting veroorzaken. Ook kan een moeder die het virus bij zich
draagt, haar kind tijdens en na de geboorte besmetten. De
periode tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte is
lang: 2 tot 6 maanden.
De infectie met het hepatitis B-virus gaat vaak vanzelf over. Het
lichaam ruimt het virus dan zelf op. Soms lukt dat niet en
blijft het virus in het lichaam. Je bent dan ‘drager’ van het virus
en besmettelijk. De hepatitis B-infectie is chronisch
geworden.
Hepatitis B komt veel voor en of er verschijnselen zijn hangt sterk
van de leeftijd af. Vooral bij jonge kinderen blijft de ziekte vaak
onopgemerkt. Zij hebben echter wel een grote kans op een chronische
infectie en het virus voor altijd bij zich te blijven dragen.
Oudere kinderen hebben vaker verschijnselen. Ze worden hangerig,
krijgen koorts, uitslag of gewrichtsklachten. Ook ontstaan er vaak
geelzucht en leverstoornissen. Dat komt bij volwassenen ook vaak
voor.
Hepatitis B kan heel acuut verlopen. 1 van de 1000 patiënten met acuut leverfalen sterft. Een baby die tijdens of vlak na de geboorte besmet raakt heeft 85 tot 90% kans op chronische hepatitis B. Ook kinderen onder de 5 jaar en kinderen met het syndroom van Down hebben een grotere kans op chronische hepatitis B. Je kunt heel lang rondlopen met chronische hepatitis B zonder daar iets van te merken, en dan toch nog leverfalen of leverkanker krijgen. 15 tot 25% van de chronische patiënten krijgt die ernstige complicaties pas na 5 tot 25 jaar. Soms duurt het nog langer. Bovendien kan iemand met een chronische infectie anderen besmetten zonder dat zelf te weten. Er bestaat geen goede behandeling tegen de ziekte. Soms hebben behandelingen met antivirale middelen, immuuntherapie of een levertransplantatie success. Er is dan geen garantie dat het virus echt verdwijnt.
Vaccinatie is een effectieve manier op je tegen hepatitis B te
beschermen. Al sinds 2003 is de vaccinatie tegen hepatitis B
onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma. De inenting was bedoeld
voor kinderen die een grotere kans hebben de ziekte te krijgen. Dat
zijn kinderen van moeders die het hepatitis B-virus bij zich dragen
(draagsters) en kinderen van wie één van de ouders uit een land
komt waar hepatitis B veel voorkomt. Kinderen met het syndroom
van Down hebben een grotere kans om een chronische infectie te
ontwikkelen als ze hepatitis B krijgen.
Buiten het Rijksvaccinatieprogramma wordt al sinds 1983 personeel
in de gezondheidszorg beschermd tegen hepatitis B. Ook mensen die
door risicogedrag in seksuele relaties meer kans hebben op de
ziekte kunnen zich laten inenten. Reizigers naar landen waar
hepatitis B veel voorkomt kunnen zich vooraf met vaccinatie
beschermen.
De inenting beschermt al meer dan 25 jaar tegen hepatitis B,
waarschijnlijk zelfs levenslang.
Alle kinderen die op of na 1 augustus 2011 zijn geboren krijgen een vaccinatie tegen hepatitis B aangeboden. Alleen het inenten van de kinderen en volwassenen die meer risico op hepatitis B-infectie hebben is niet toereikend om deze ernstige ziekte voldoende terug te dringen. De Gezondheidsraad heeft hierover een advies aan de minister gegeven. In november 2010 heeft hij besloten voortaan alle kinderen de hepatitis B-inenting te geven in het Rijksvaccinatieprogramma.