U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Ziekten & Aandoeningen › S › Syfilis › Zwangerschap Syfilis
Informatie over syfilis bij zwangeren
Syfilis (lues) is een soa. In de eerste fase van de ziekte ontstaat er een zweertje op de plaats van besmetting: rond de geslachtsdelen, anus of in de mond. In een later stadium worden andere huidafwijkingen gezien.
Verwekker: spirocheet: Treponema pallidum.
Transmissieroute: seksueel, transplacentair en perinataal.
Incubatietijd: 10-90 dagen voor het ontstaan van de primaire
laesie, zes weken tot zes maanden voor secundaire syfilis.
Symptomen: Klinische syfilis wordt ingedeeld in: primaire,
secundaire, latente en tertiaire syfilis;
Besmettelijke periode:
zwangere vrouwen kunnen vanaf het begin van de infectie
besmettelijk zijn voor de foetus. Deze besmettelijkheid kan
jarenlang aanhouden omdat het om een transplacentaire infectie gaat
en de Treponema ook in de latente fase aanwezig blijven in het
lichaam. Wel is het zo dat de verticale transmissie geleidelijk
afneemt. Deze wordt echter nooit nul.
Voor seksuele contacten duurt de besmettelijke periode ongeveer een
jaar.
In de loop van de zwangerschap kan de baby geïnfecteerd worden. Syfilis kan tot een spontane miskraam leiden en kan ernstige aangeboren afwijkingen veroorzaken.
Ja, maar voor de zwangere vrouw verloopt de ziekte niet ernstiger dan bij niet zwangere vrouwen.
De foetus kan transplacentair geïnfecteerd raken met als gevolg abortus, intra-uteriene groeivertraging of vruchtdood, of congenitale afwijkingen.
Bij de partus kan, met name bij genitale laesies, de pasgeborene geïnfecteerd worden.
De ziekte moet zo vroeg mogelijk in de zwangerschap behandeld worden, liefst voor de 14e week. Iedere zwangere wordt bij de eerste controle getest op syfilis. Als blijkt dat er sprake is van syfilis, dan wordt er doorverwezen naar een arts en volgt een behandeling met antibiotica. Ook de partner moet worden onderzocht en eventueel behandeld.
Vrijwel alle soa’s kunnen voor of tijdens de geboorte problemen bij het kind veroorzaken. Het risico voor het ongeboren kind verschilt per aandoening. Men kan een soa hebben zonder het te merken. Tijdens het eerste bezoek aan de verloskundige, huisarts of gynaecoloog krijgen zwangeren een bloedonderzoek aangeboden op syfilis, hepatitis B en hiv. Bij verhoogde kans op een soa moet men zich ook laten onderzoeken op andere soa’s. Bespreek dit met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Wie dit liever niet doet, kan ook naar een soaspreekuur in het ziekenhuis of de soapoli bij de GGD in de regio. Dat kan anoniem. De meeste soa’s zijn goed te behandelen met antibiotica, ook tijdens de zwangerschap. Bij constatering van een soa moet ook de partner worden getest, en eventueel behandeld. Voorkom het oplopen van een soa tijdens de zwangerschap.
Voor meer informatie over soa’s klik op onderstaande banner.
src="/dsresource?objectid=rivmp:57406&versionid="