Antibioticumresistente bacteriën op groenten

Projectleider: Dr. H. Blaak
Uitvoering: 2011-2014

Aanleiding en doel

Antibioticumresistentie is wereldwijd en groeiend probleem, dat een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid. De Europese regio is daarin geen uitzondering. Als ziekteverwekkers resistent worden tegen antibiotica, worden de bestaande middelen om ze te bestrijden steeds minder effectief. Een speciaal punt van zorg is de toename van bacteriën die de stoffen ESBL (Extended Spectrum Beta Lactamase) kunnen produceren. Deze bacteriën zijn resistent tegen veel typen antibiotica. Voorbeelden van bacteriesoorten die ESBL kunnen produceren zijn E.coli en Klebsiella. Dit zijn normale darmbacteriën die in grote aantallen in de darmen van mensen en dieren leven, maar onder bepaalde omstandigheden ziekten kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld darmontsteking of, als ze in de urinebuis terechtkomen, blaasontsteking. Deze bacteriën komen met uitwerpselen van mensen en dieren in de natuur terecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld via gezuiverd of ongezuiverd afvalwater dat wordt geloosd op oppervlaktewater, of met mest die wordt uitgereden over land. Via de bemeste bodem en oppervlaktewater dat wordt gebruikt om te beregenen zouden deze bacteriën op voor consumptie bestemde gewassen kunnen komen. Meer kennis over het voorkomen van antibioticum resistente bacteriën in de natuurlijke omgeving en op gewassen  is belangrijk, om de verspreiding van antibioticumresistente bacteriën, en daarmee de kans op het optreden van onbehandelbare ziekten, tegen te gaan.

Resultaten en betekenis

De consumptie van groenten neemt toe en groenten worden vaak rauw gegeten. Daarmee is er een extra risico op blootstelling van mensen, als zich hierop antibiotica resistente bacteriën bevinden. In dit project is als eerste gekeken naar de aanwezigheid van bacteriën die resistent zijn tegen het antibioticum cefotaxime, waaronder ESBL-producerende varianten, in en op ijsbergsla en in de grond waarop deze groeit. Het onderzoek is gedaan met behulp van het erfelijk materiaal van de bacteriën: als dit overeenkomt, kan de herkomst worden aangetoond. Er bleek een duidelijk verband tussen het erfelijk materiaal van de bacteriën in of op ijsbergsla en die in de grond waarop de sla groeit. Dat geeft aan dat de bacteriën vanuit de grond op de groente terecht komen. Vervolgens zijn meer dan 1200 groentemonsters uit supermarkten en groene winkels onderzocht, waaruit bleek dat ESBL-producerende bacteriën op ruim 3,5% van de groenten voorkomen. Daarbij was het percentage in knolgewassen het hoogst, vergeleken met bijvoorbeeld bladgroenten.

Met de resultaten van het onderzoek en al bekende informatie uit de literatuur is een model gebouwd dat de overleving van ESBL-producerende E. coli in water beschrijft. Het blijkt dat ruim zestig procent van de watermonsters deze resistente bacterie bevat. Hetzelfde geldt voor mest: ook bijna zestig procent van de monsters is besmet. Water is, via besproeiing, een belangrijke verspreidingsbron van de E. coli naar groenten.

Met de kennis en het modelinstrumentarium uit dit project is het in de toekomst mogelijk om de risico’s van het eten van rauwe groenten in dit verband te berekenen. Ook is er nu meer bekend over de bijdrage van de verschillende bronnen aan dit probleem. Daarmee kunnen effectieve maatregelen worden genomen, om verspreiding van de ESBL-producerende bacteriën tegen te gaan. Voordat het ontwikkelde instrumentarium in de praktijk kan worden gebruikt, is nog eerst verdere ontwikkeling en toetsing van het model nodig. 

Samenwerking

In dit project en ook in breder verband wordt door het RIVM samengewerkt met de World Health Organisation (WHO).

Meer informatie

Angela H. A. M. van Hoek , Christiaan Veenman, Wendy M. van Overbeek, Gretta Lynch, A. M. de Roda Husman and H. Blaak (2015) Prevalence and characterization of ESBL- and AmpC-producing Enterobacteriaceae on retail vegetables. Int. J. Food Microbiol. 204: 1-8.

 

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu