Europese samenwerking ter bestrijding van antibioticaresistentie

Projectleider: Dr.ir S.C. de Greeff
Uitvoering: 2012-2013

Aanleiding en doel

Antibioticaresistentie (ABR) is wereldwijd een groeiend probleem, dat een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid. De Europese regio is daarin geen uitzondering. Als ziekteverwekkers resistent worden tegen antibiotica, worden de bestaande middelen om ze te bestrijden steeds minder effectief. Dan moeten nieuwe middelen worden ontwikkeld en ook daar kan weer resistentie tegen ontstaan. In Europa zijn sommige ziekteverwekkers al resistent tegen 50% van de gebruikelijk voorgeschreven antibiotica.  Eén van de belangrijkste dreigingen op het gebied van AMR is carbapenemresistentie. Carbapenemresistente bacteriën zijn bacteriën die niet of in mindere mate gevoelig zijn voor een bepaalde groep antibiotica; de carbapenems. Carbapenems zijn 'reserve' antimicrobiële middelen; ze worden gebruikt als laatste redmiddel bij infecties die veroorzaakt worden door bijzonder resistente micro-organismen. Infecties met carbapenemresistente bacteriën zijn zeer moeilijk te behandelen. De behandeling slaat dan nog maar bij een deel van de patiënten aan. 

Resultaten en betekenis

Op 30 oktober 2012 is met het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst tussen WHO-EURO (de Europese tak van de Wereldgezondheidsorganisatie), European Society of Clinical Microbiologyand Infectious Diseases (ESCMID) en RIVM het startschot gegeven voor het Central Asian Eastern-European Surveillance of Antimicrobial Resistance (CAESAR)-netwerk. CAESAR streeft ernaar de nationale surveillance van antibioticaresistentie (ABR) in de niet-EU Europese landen te versterken en te harmoniseren. Het uiteindelijke doel is gegevensdeling op Europees niveau, zoals in EARS-net, (European Antimicrobial Resistance Surveillance Network) het surveillance systeem van het ECDC in opdracht van de Europese Commissie, waarmee inzicht in het voorkomen van antibioticumresistentie in de Europese Unie wordt verkregen voor alle EU-landen, en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Inzicht in lokale en regionale ABR-problematiek is de basis voor het ontwikkelen en monitoren van beleid gericht op het terugdringen van ABR.

De RIVM-betrokkenheid bij CAESAR wordt primair gefinancierd door het VWS-WHO partnership programma. Cofinanciering vanuit SOR is ingezet voor het mede-organiseren van de regionale workshop ‘Surveillance on Antibiotic Resistance, Consumption and Awareness Raising’ van 6-8 november 2013. De workshop bracht sleutelpersonen betrokken bij de nationale surveillance en beheersing van AMR bijeen, van zeventien Europese landen. Daar zijn ervaringen en plannen voor het versterken van hun nationale programma’s uitgewisseld. Standaardisatie van werkwijze is een voorwaarde voor het effectief kunnen uitwisselen en vergelijken van gegevens. Bij de workshops Antimicrobial Consumption en Awareness Raising lag de nadruk op het uitwisselen van nationale ervaringen. Met deze workshop is een stevige basis gelegd voor het verder uitrollen en versterken van het CAESAR-netwerk en het creëren van inzicht in en stimuleren van de beheersing van ABR-problematiek in de gehele Europese regio. 

Het project heeft voor ook inzicht opgeleverd over de beperkingen van het huidige ABR-surveillance systeem, vanwege de verschillen tussen gezondheidssystemen tussen landen. Daarmee ontstond het besef van de noodzaak voor een nieuwe aanpak voor ABR-surveillance.

Samenwerking

In dit project is wereldwijd samengewerkt, onder andere met de WHO-EURO en ECSMD

Meer informatie 

 

Home / Over RIVM / Kennis en kunde / Strategisch Programma RIVM / Resultaten Strategisch Programma RIVM 2011-2014 / Europese samenwerking ter bestrijding van antibioticaresistentie

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu