- Home
- Onderwerpen
- Baarmoederhalskanker
- Uitvoering
Uitvoering bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker
Het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker richt zich op de volgende stappen in het proces:
• Selectie van deelnemers
• Uitnodiging en voorlichting
• Het screeningsonderzoek
• Uitslag
• Verwijzing
Selectie
De screeningsorganisaties maken gebruik van de gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) voor het uitnodigen van vrouwen voor het bevolkingsonderzoek.
Uitnodiging en voorlichting
Iedere 5 jaar krijgen vrouwen in de leeftijd van 30-60 jaar automatisch een uitnodigingsbrief via een regionale screeningsorganisatie of hun huisarts voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Met de uitnodiging wordt een voorlichtingsfolder meegestuurd, die vrouwen in staat stelt om een geďnformeerde keuze te maken. Vrouwen die beslissen om niet deel te nemen, wordt verzocht de bijgevoegde antwoordkaart in te vullen om zich tijdelijk of definitief af te melden.
Het screeningsonderzoek
Het uitstrijkje wordt in de huisartsenpraktijk uitgevoerd door de huisarts of de huisartsassistente. Het afgenomen materiaal wordt opgestuurd naar het laboratorium, waar het wordt bewerkt en beoordeeld. Er zijn vaste procedures voor wie de uitstrijkjes moet beoordelen of controleren bij bepaalde uitslagen. Het laboratorium stuurt de uitslag naar de huisarts. Wie niet komt opdagen voor een uitstrijkje en zich ook niet schriftelijk afmeldt, krijgt een herinneringsuitnodiging.
Uitslag
De volgende uitslagen zijn mogelijk (beoordelingssysteem volgens Papanicolaou):
• Pap 0: niet beoordeelbaar > in dit geval wordt het uitstrijkje opnieuw uitgevoerd na 6 weken; deze uitslag ontvangt 1,9% van de onderzochte vrouwen (2008).
• Pap 1: geen afwijking > volgende oproep in het bevolkingsonderzoek over 5 jaar; deze uitslag ontvangt 95% van de onderzochte vrouwen (2008).
• Pap 2 en 3a: geringe tot matige afwijking > het uitstrijkje wordt na 6 maanden herhaald; deze uitslag ontvangt 2,5% van de onderzochte vrouwen (2008).
• Pap 3b, 4 en 5: (zeer) ernstige afwijking > de vrouw wordt doorverwezen naar de gynaecoloog; deze uitslag ontvangt 0,7% van de onderzochte vrouwen (2008).
Iedere deelnemer ontvangt binnen enkele weken na het onderzoek een brief met de uitslag.
Verwijzing
Als een verwijzing naar een gynaecoloog nodig is, neemt de huisarts contact op met de vrouw.
Hoewel de verantwoordelijkheid van screeningsorganisaties ophoudt bij de verwijzing naar de huisarts, controleert het laboratorium in opdracht van de screeningsorganisatie of iedere doorverwezen deelnemer daadwerkelijk aan een vervolgonderzoek heeft deelgenomen. Daarnaast verzamelen de screeningsorganisaties gegevens uit de zorg (diagnose en tumorstadiumverdeling) via de regionale coördinerend patholoog.
