- Home
- Onderwerpen
- Bevolkingsonderzoek
- Programma
Nationaal Programma voor Bevolkingsonderzoek
Voortschrijdend inzicht op basis van enige decennia ervaring met screening heeft ertoe geleid dat de WHO in de jaren '60 criteria heeft laten formuleren waaraan screening behoort te voldoen, de zogeheten criteria van Wilson en Jungner. Deze zijn daarna doorontwikkeld, zowel internationaal als binnen Nederland.
Continu gemonitord
Een van de criteria van Wilson en Jungner is dat screening niet moet worden aangeboden als een once and for all project maar als continuing process – als programmatische zorg. In Nederland is dat vertaald in een Nationaal Programma voor Bevolkingsonderzoek (NPB) met landelijk geregisseerde kwaliteitsborging. Deze bevolkingsonderzoeken worden continu gemonitord en geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd door middel van bijvoorbeeld regelgeving, richtlijnontwikkeling en deskundigheidsbevordering.
Uniek karakter
Het NPB leidt tot gezondheidswinst doordat behandelbare ziekten in een vroegtijdig stadium behandeld kunnen worden, of (in het geval van de screening op het Downsyndroom) doordat een geďnformeerde keuze wordt bevorderd. Het NPB heeft een uniek karakter vanwege twee aspecten waarin het programma fundamenteel verschilt van de reguliere zorg:
• het gaat om burgers die geen klachten hebben die bijvoorbeeld duiden op borstkanker of baarmoederhalskanker.
• het gaat om een programmatisch (van selectie tot doorverwijzing), populatiegericht, preventief aanbod van de overheid waar burgers zelf niet om gevraagd hebben, maar waarvoor ze actief benaderd worden.
