English Abstract Health care is a daily news item. It often involves
health expenditure, as it is said that the Dutch health care system will
succumb to the pressure caused by the population ageing.
This report puts those worries into perspective. First, it is demonstrated
that the inequality in health care expenditure is not as great as one might
expect. In one year roughly ten percent of the Dutch population had at
least one admission in a hospital, whereas over a period of ten years about
half of the population was admitted. Individuals who are in their last
years of life make up a large proportion of these groups. Hospital care
expenditure is overestimated in traditional projections, because they often
do not take the high costs in the last years of life into account.
Increasing longevity will postpone expenditure, at least for a certain part.
Expenditure is also associated with the cause of death and the diseases. A
novelty of this report is that the relationship between comorbidity and
health care expenditure is quantified.
Long-term care depends more on age than hospital care. Estimated
expenditure in the long-term care also turns out lower when it is accounted
for living situation. Women have greater health care utilization than men,
not only because they have a longer life expectancy, but also because they
are, more often than not, single at that stage of their lives.
For the first time Dutch Health care expenditure has been analyzed on an
individual level. This has proven to be a productive exercise. New
insights have come out, that have relevance to important policy areas in the
health care. In an ageing society solidarity and development in health care
costs are rather important. This report shows that common thoughts on the
health care solidarity and expenditure are overly
pessimistic.
Rapport in het kort
De gezondheidszorg komt dagelijks in het nieuws. Vaak
gaat het dan over de zorguitgaven. Want er wordt wel gezegd dat die
onhoudbaar zijn als de bevolking vergrijst, en dat daardoor ook de
solidariteit onder druk komt te staan.
Dit rapport nuanceert het gangbare beeld. Allereerst zijn de kosten niet zo
scheef verdeeld als eerder werd gedacht. In een jaar wordt ongeveer 10% van
de bevolking opgenomen in een ziekenhuis, terwijl over een periode van tien
jaar dit ongeveer de helft was. Voor een belangrijk deel gaat het daarbij
om mensen die aan het einde van hun leven zijn gekomen. Uitgaven in de
ziekenhuiszorg blijken in traditionele projecties overschat te worden, omdat
er geen rekening wordt gehouden met het feit dat de kosten in de laatste
levensjaren zeer hoog zijn, en bij een toename van de levensverwachting
worden uitgesteld. De kosten blijken daarnaast samen te hangen met de
doodsoorzaak, en het ziektebeeld. De relatie tussen comorbiditeit en kosten
wordt in dit rapport voor het eerst gekwantificeerd.
Voor de ouderenzorg blijkt dat leeftijd een veel grotere rol speelt bij de
uitgaven dan in de ziekenhuiszorg. Het effect van de vergrijzing op de
kosten valt wel lager uit wanneer er rekening wordt gehouden met de
leefsituatie. Vrouwen gebruiken meer zorg dan mannen, niet alleen omdat zij
een langere levensverwachting hebben, maar ook omdat zij op latere leeftijd
daardoor vaker alleenstaand zijn. Omdat de levensverwachting van mannen
sterker zal toenemen dan die van vrouwen zal dit patroon in een voor de
uitgaven gunstige zin veranderen.
Voor het eerst zijn voor Nederland de zorgkosten op persoonsniveau diepgaand
geanalyseerd. Dit is een vruchtbare exercitie gebleken. Er zijn nieuwe
inzichten naar voren gebracht die betekenis hebben voor de grote
beleidsthema's in de gezondheidszorg. In een vergrijzende samenleving zijn
solidariteit en de ontwikkeling van de zorgkosten erg belangrijk. Dit
rapport toont aan dat zowel de solidariteit als de zorgkosten houdbaarder
zijn dan doorgaans wordt gedacht.