English Abstract This literature study from RIVM does not support
concrete dietary guidelines for a reduction in ADHD symptoms. No
scientifically substantiated relevant effect of diet on ADHD was found.
There are no sufficient high quality studies in this area. Some indications
for a relationship between diet and ADHD were obeserved, but additional
research is needed to verify these indications. This research is advisable
because a change in dietary patterns in ADHD patients can possibly decrease
or prevent medication use.
In this report an overview of studies on the relationship between ADHD and
dietary factors or diets is presented. We investigated the dietary factors
omega-3 and omega-6 fatty acids, zinc, magnesium, iron, gluten and
additives. There are too little studies on the relationship between ADHD
and zinc, magnesium, iron and gluten to draw any conclusions. We did find a
small, but clinical irrelevant effect of fatty acid supplementation on ADHD.
Of the additives, mainly colouring agents are investigated. There seems to
be a small effect of these agents on behaviour, but this is not specifically
ADHD.
Furthermore, we investigated three different diets: the 'Feingold'-diet, the
'oligoantigene'-diet and the 'Pelsser-Voeding en Gedrag'-diet. Studies
indicate that some children may benefit from these diets. Whether this is a
true effect, and if so, which children and which mechanism is responsible
for this effect cannot be scientifically substantiated. A complicating
factor is that an effective diet composition has to be determined for each
individual separately.
Rapport in het kort
Uit een literatuurstudie van het RIVM kunnen op dit
moment geen concrete voedingsadviezen afgeleid worden om symptomen van ADHD
te verminderen. Een relevant effect van voeding op ADHD kan onvoldoende
wetenschappelijk onderbouwd worden. Er zijn daarvoor te weinig grote en
kwalitatief goede studies uitgevoerd. Er zijn wel aanwijzingen voor een
relatie tussen voeding en ADHD, maar aanvullend onderzoek is nodig. Dit is
wenselijk, omdat voeding mogelijk het gebruik van medicatie voor
ADHD-klachten kan verminderen of voorkomen.
Dit rapport bevat een overzicht van studies naar de invloed van
voedingscomponenten en specifieke dikten op het gedrag van kinderen met
ADHD. Het gaat hierbij om de afzonderlijke voedingscomponenten omega-3- en
omega-6-vetzuren, zink, magnesium, ijzer, gluten en additieven. Voor
vetzuren worden gunstige effecten gevonden, maar deze zijn klein en klinisch
niet relevant. Naar de effecten van zink, magnesium, ijzer en gluten zijn
tot op heden te weinig studies uitgevoerd om een eenduidige conclusie te
kunnen trekken. Van de additieven zijn voornamelijk kleurstoffen
onderzocht. Als er al een effect op gedrag is, is dit waarschijnlijk klein
en niet specifiek voor ADHD.
Daarnaast zijn drie specifieke dieten bekeken, waarin bepaalde bestanddelen
van de voeding vermeden worden: het 'Feingold'-dieet, het
'oligoantigeen'-dieet en het 'Pelsser-Voeding en Gedrag'-dieet. De studies
geven aanwijzingen dat een deel van de kinderen profijt kan hebben van deze
dieten. Of dit daadwerkelijk zo is, zo ja bij welke kinderen en welke
werkingsmechanismen hierachter liggen, is (nog) niet wetenschappelijk
aangetoond. Een complicerende factor hierbij is dat de meest effectieve
dieetsamenstelling per individu wordt vastgesteld.