English Abstract As part of the Evaluation and Monitoring Program for
Schiphol Airport, a sleep disturbance study was carried out among 418 adults
living in 15 locations close to and further away from the airport. The
objective was to assess relations between nighttime aircraft noise exposure
and indicators of sleep disturbance and to estimate the prevalence of noise
induced effects in the population exposed to aircraft noise. The subjects
participated for 11 consecutive nights. Noise was measured from 10 p.m. to
9 a.m. indoors in the bedroom and outdoors. Information about sleep
disturbance was collected by actimetry (motility, awakenings, sleep onset
latency), diary (remembered awakenings, sleep quality, medication) and
questionnaire (annoyance, health complaints). The increase in motility due
to aircraft noise events started at lower indoor levels than expected.
Persons with long-term exposure to relatively low nighttime aircraft noise
levels were more sensitive to aircraft noise events than people living in
locations with high levels. Also, sleep latency time, use of sleeping
pills, average motility, and number of awakenings increased with equivalent
indoor aircraft noise exposure levels during sleep; no relation was found
with the results of a reaction time test. The prevalence of nighttime
aircraft noise annoyance and number of health complaints were associated
with long-term nighttime aircraft noise exposure. The exposure-effect
relations were used to estimate the prevalence of effects of aircraft noise
on sleep.
Rapport in het kort
In het kader van de Gezondheidskundige Evaluatie
Schiphol heeft onder 418 volwassenen in 15 locaties dichtbij en verder weg
van Schiphol een veldonderzoek naar slaapverstoring plaatsgevonden. Het
doel was blootstelling-respons relaties tussen indicatoren van
slaapverstoring en nachtelijk vliegtuiggeluid vast te stellen en te schatten
welk percentage van effecten bij omwonenden van Schiphol met blootstelling
aan vliegtuiggeluid samenhangt. Gedurende 11 opeenvolgende nachten werd van
10 uur 's avonds tot 9 uur 's ochtends in de slaapkamer van de deelnemer en
buiten het geluidniveau gemeten. Indicatoren van slaapverstoring werden
gemeten met actimetrie (bewegingen: motorische onrust, ontwaken,
inslaaptijd), een logboekje (herinnerd ontwaken, slaapkwaliteit,
medicijngebruik) en een vragenlijst (ervaren hinder, gezondheidsklachten).
De toename in motorische onrust door vliegtuigpassages begon bij lagere
geluidniveaus dan verwacht. Deelnemers van wie de lange termijn
blootstelling aan vliegtuiggeluid relatief gering is, reageerden sterker op
passages dan mensen die relatief hoog zijn blootgesteld. Ook de
inslaaptijd, het gebruik van slaapmiddelen, de gemiddelde motorische onrust
en het aantal malen wakker worden nam toe bij een oplopend gemiddeld
geluidniveau tijdens de slaap. Er werd geen relatie tussen geluidniveau en
de uitkomsten van een reactietijdtest aangetroffen. De prevalenties van
ervaren hinder en het gemiddeld aantal gezondheidsklachten hingen samen met
de lange termijn blootstelling aan vliegtuiggeluid. De
blootstelling-respons relaties zijn gebruikt om te schatten hoeveel mensen
rondom Schiphol slaapverstoring door vliegtuiggeluid
ondervinden.