Rutgers M ,
Mulder C ,
Schouten AJ ,
Bloem J ,
Bogte JJ ,
Breure AM ,
Brussaard L ,
Goede RGM de ,
Faber JH ,
Jagers op Akkerhuis GAJM ,
Keidel H ,
Korthals GW ,
Smeding FW ,
Berg C ten ,
Eekeren N van
English Abstract RIVM and other institutes described ten soil system
profiles (the so-called biological soil references) according to the soil
quality as inferred from existing empirical evidence of previously
investigated sites. This is a pilot study, since no specific protocol has
yet been established. These new references aim to be used as benchmarks to
implement a more sustainable use of soils.
References were derived from a combination of data from land-use (e.g.
dairy farms, arable fields and heathlands) and soil type (sand, peat, clay
and loess). Our approach covers the soils of about three-quarters of the
surface of the Netherlands.
Several scientists, with expertise ranging from soil ecology and
microbiology up to rural management, selected sites where data was seen by
them as representative of good soil quality. For this purpose these
scientists used soil monitoring data from the Netherlands Soil Monitoring
Network (in Dutch: LMB). The ten references were derived from empirical
data. This report also provides the averages and frequency distributions of
biological, chemical and physical soil characteristics. The extent to which
soil organisms occur has been described as well as their
biodiversity.
Rapport in het kort
Het RIVM heeft samen met diverse kennisinstituten tien
veel voorkomende bodems gekarakteriseerd waar de bodemkwaliteit op orde is,
zogeheten referenties voor biologische bodemkwaliteit (RBB). Hier bestonden
nog geen criteria voor. Deze referenties kunnen als streefbeeld gebruikt
worden om bodemgebruik duurzamer te maken.
De referenties zijn bepaald voor tien combinaties van bodemgebruik (onder
andere melkveehouderij, akkerbouw en heide) en bodemtype (zand, veen, klei
en loss). Dit is representatief voor driekwart van het bodemoppervlak van
Nederland.
Diverse onderzoekers, onder andere op het gebied van bodemecologie,
microbiologie en agrarisch bodembeheer, hebben locaties geselecteerd die
volgens hun maatstaven een relatief goede bodemkwaliteit hebben. Hiervoor
maakten zij gebruik van de gegevens van het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit
(LMB) over de toestand van de bodem. Op basis van deze informatie zijn de
tien referenties bepaald. Het rapport bevat ook gemiddelde waarden van de
biologische, chemische en fysische eigenschappen van de bodem, evenals een
maat voor de spreiding van de gegevens. De mate waarin bodemorganismen
voorkomen en hun diversiteit zijn ook beschreven.