English Abstract With reference to several reports on the possible
health effects due to overhead power lines, and in consideration of the
precautionary principle, the Dutch government initiated research into costs
and benefits of measures to reduce the population's exposure to magnetic
fields encircling these power lines. In the framework of this research RIVM
calculated the number of dwellings in the zones located in the vicinity of
10 to 200 m (measured bilaterally) from the power lines. On basis of these
numbers the effects of the technical measures evaluated by KEMA can be
assessed. This report describes the method for the counting of the
dwellings and the results. The results indicate that in the Netherlands
over 120,000 dwellings are situated within a distance of 200 m from an
overhead power line. Of these dwellings about 75% are situated along the
150 kV power lines. Smaller zones contain lower numbers of dwellings.
About 45,000 dwellings are situated within 100 m, and 5,000 within 30 m of a
power line. A spot check showed that inaccuracies in the locations of the
pylons and the dwellings are small. Because the remaining inaccuracies
become insignificant in averaging over large areas, the RIVM-method is not
expected to lead to systematic under- or overestimation of the calculated
number of dwellings. A possible direction of a future policy is the
reduction of the number of dwellings in those areas where certain levels of
the magnetic field are exceeded. In this report a graphic method, which may
be useful in evaluating costs and benefits of such a reduction, is
proposed.
Rapport in het kort
Internationale en nationale rapportages over mogelijke
gezondheidseffecten van bovengrondse hoogspannings-lijnen vormden voor de
Nederlandse overheid aanleiding om op basis van het voorzorgprincipe te
laten onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de blootstelling van de
bevolking aan de magnetische velden rond deze hoogspanningslijnen te
reduceren. In het kader van dit onderzoek heeft RIVM de aantallen woningen
in zones van 10 tot 200 m aan weerszijden van de hoogspanningslijnen geteld.
Deze aantallen zijn nodig om de effecten van de door KEMA geinventariseerde
technische maatregelen aan de hoogspanningslijnen te kunnen evalueren. Deze
rapportage beschrijft de methode en de resultaten van de woningtellingen.
In Nederland blijken zich ruim 120.000 woningen binnen 200 m van een
hoogspanningslijn te bevinden. Van deze woningen ligt ongeveer 75% rond de
150 kV hoogspanningslijnen. Smallere zones bevatten minder woningen.
Binnen 100 m liggen circa 45.000 woningen en binnen 30 m nog ruim 5.000.
Op basis van een steekproef is geconcludeerd dat de onnauwkeurigheid in de
locaties van de hoogspanningsmasten en van de woningen gering is. Omdat de
resterende onnauwkeurigheden bij tellingen over grote gebieden uitmiddelen,
is een systematische onder- of overschatting in de berekende aantallen
woningen niet waarschijnlijk. Een mogelijk beleidsdoel is het reduceren van
het aantal woningen binnen bepaalde magneetveldzones. In dit rapport wordt
een methode van presenteren voorgesteld die onderzoek naar een
kosten-effectieve aanpak van zo'n reductie kan
ondersteunen.