English Abstract Noise monitoring results over 2004 for the A2 motorway
in the Netherlands have remained practically unchanged. At the A10
motorway, a slight increase in average noise emissions was found, possibly
due an increase in road surface wear and tear. The results for the N256
motorway in 2004 showed a discrepancy in measured and calculated noise
emissions for all vehicle categories. This discrepancy will require further
investigation into its cause. Any reduction of railway noise, in the period
2000-2004, due to grinding of the tracks could not be found in the
measurements along the railway line from Utrecht to Amsterdam. In addition
to the above measurements, noise levels along the railway line from Delft to
Schiedam were measured from February to June 2004. Overall, measurement
results agree well with calculated levels, but in some cases the actual
classification of trains in various acoustic categories may need adjustment.
At Volkel Military Airbase, an increase in measured noise levels seems to be
consistent with a higher number of observed aircraft passages. Calculated
results from the National Aerospace Laboratory also showed an increase in
2004, but remained below the measured noise level. These all represent the
main results of an RIVM noise monitoring programme aimed at monitoring noise
trends important to environmental quality, both in urban and rural areas.
This programme has been operational since 1999. In the framework of the
programme, continuous noise measurements were made at the three highway
locations, A2, A10 and N256, along the Utrecht?Amsterdam and Delft?Schiedam
railway trajectories, and at the Volkel airbase.
Rapport in het kort
Uit geluidmonitoring langs de A2 in 2004 blijkt dat de
meetresultaten nagenoeg onveranderd zijn ten opzichte van 2003. Langs de
A10 werd daarentegen een lichte toename van de gemiddelde voertuigemissie
geconstateerd. Mogelijk is dat een gevolg van een afname in de
effectiviteit van het DZOAB ter plaatse. Langs provinciale weg N256 in
Zeeland werd voor alle voertuigcategorieen een hogere emissie gemeten dan de
geluidemissie die door het 'Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeer', RMW 2002,
wordt toegekend aan standaard dicht asfalt beton. Nader onderzoek is nodig
om deze discrepantie te verklaren. Geluidreducties door het slijpen van het
spoor Utrecht-Amsterdam in de periode 2000-2004 worden door de metingen
tijdens niet aangetoond. Langs de spoorlijn Delft-Schiedam werd uit
metingen van februari tot en met juni 2004 geconstateerd dat de over alle
treincategorieen gemiddelde geluidemissie goed overeenkomt met de berekende
geluidemissie. Binnen sommige categorieen komen echter afwijkingen voor
hetgeen aanleiding geeft voor een nadere analyse van de akoestische indeling
van deze categorieen. Bij het vliegveld Volkel werd een toename gevonden
van zowel het aantal gemeten vliegtuigpassages als de gemeten
geluidbelasting. Deze toename werd ook in de door het Nationaal Lucht- en
Ruimtevaartlaboratorium berekende geluidbelasting vastgesteld. De berekende
waarde voor 2004 blijft echter achter bij de gemeten geluidbelasting. Dit
zijn de belangrijkste resultaten uit een geluidmonitorprogramma dat het RIVM
in 1999 heeft opgestart. Dit programma is gericht op trendontwikkelingen in
omgevingsgeluid in zowel het stedelijk als het landelijk gebied. Het
monitorprogramma is sindsdien voortgezet met permanente meetlocaties op
punten waar een primaire bron goed kan worden gemeten. In 2004 zijn
continue metingen verricht langs drie wegen: de A2 bij Breukelen, de A10 bij
Amsterdam en de N256 in Zeeland, op twee spoorweg locaties:
Utrecht-Amsterdam en Delft-Schiedam, en bij het militaire vliegveld
Volkel.