Dit rapport bevat een erratum d.d. 6 februari 2008 op de
laatste pagina
Toon Nederlands
English Abstract The noise reduction of the porous asphalt layer on the
A10 motorway near Amsterdam, constructed in 2001, by now has disappeared.
Probably this is caused by silt up and texture wear. Also it was found that
during and shortly after rainfall, porous give an increased noise emission
by two up to three decibel. The speed reduction that was introduced here in
November 2005 induced hardly any noise reduction. Noise measurements on
railway stock, carried out by the Dutch track manager Prorail in 2006 agree
with the Dutch calculation standard for railway noise emissions. Monitoring
of aircraft noise usually is carried out by model calculations. Pilot
measurements in this study show that trend monitoring is also possible by
unmanned measurement sites, provided that the measurement system has an
adequate device for aircraft noise recognition.
These all represent the main results of an RIVM noise monitoring programme,
started in 1999. This report describes results from 2006 and partly 2007.
The programme is aimed at monitoring noise trends important to environmental
quality, both in urban and rural areas. Noise measurements were made at the
roadway locations, A2 (Breukelen), A10 (Amsterdam), and N256 (Zeeland). For
railway noise, use was made of measurements provided by Prorail
('Kenniscentrum spoorweggeluid'), made at Esch, Bussum, Willemsdorp and
Zeist. A pilot for monitoring airport noise using unmanned measurements was
carried out at Krommenie (Luistervink) and at Oegstgeest
(Geluidsnet).
Rapport in het kort
De geluidreducerende werking van het 'fluisterasfalt'
op de A10 West bij Amsterdam, dat in 2001 is aangelegd, is inmiddels vrijwel
verdwenen. De oorzaak is waarschijnlijk vervuiling en slijtage van het
poreuze wegdek. Tevens is gebleken dat tijdens en kort na neerslag het
geluidniveau op dit asfalt met twee tot drie decibel toeneemt. De
snelheidsverlaging bij de A10, die in november 2005 is ingevoerd, heeft de
geluidniveaus nauwelijks verlaagd. Meetresultaten van Prorail uit het
IPG-programma aan spoorwegmaterieel zijn overeenstemming met de Nederlandse
voorschriften. Het is gebruikelijk om van luchtvaartgeluid te monitoren op
basis van berekeningen. Pilotmetingen uit dit onderzoek in Krommenie en
Oegstgeest aan luchtvaartgeluid laten zien dat er goede mogelijkheden zijn
om trends in de geluidbelasting te monitoren met vaste onbemande meetposten.
Randvoorwaarde daarbij is dat de meetsystemen vliegtuiggeluid op betrouwbare
wijze kunnen identificeren en andersoortig lawaai voldoende kunnen
elimineren.
Dit zijn de belangrijkste resultaten uit een geluidmonitorprogramma dat het
RIVM in 1999 heeft opgestart. Dit rapport beschrijft monitorresultaten uit
2006 en deels uit 2007. Het programma is gericht op ontwikkelingen in
omgevingsgeluid door wegverkeer, railverkeer en luchtvaart. Hiervoor zijn
voor wegverkeersgeluid in 2006 metingen verricht langs de A2 bij Breukelen,
de A10-West bij Amsterdam en de N256 in Zeeland. Voor railverkeer is
gebruik gemaakt van meetresultaten uit 2006 bij Esch, Bussum, Willemsdorp en
Zeist, beschikbaar gesteld door het Kenniscentrum Spoorweggeluid van
Prorail. Tot slot is in 2007 een pilot uitgevoerd om geluid van
luchtverkeer automatisch (onbemand) te meten. Bij Krommenie zijn metingen
verricht met een systeem van Geluidconsult (Luistervink) en bij Oegstgeest
met een systeem van Geluidsnet.