|  print

Assessment of the level of sea salt in PM10 in the Netherlands : Yearly average and exceedance days
[Schatting van de zeezoutconcentratie in PM10 in Nederland : Effect op het jaargemiddelde en het aantal overschrijdingsdagen ]

Hoogerbrugge R, Nguyen PL, Wesseling J, Schaap M, Wichink Kruit RJ, Kamphuis V, Manders AMM, Weijers EP

62 p in English 2011

RIVM rapport 680704014
download pdf (2211Kb)

Toon Nederlands

English Abstract
The European air quality directive allows the subtraction of natural contributions from the levels of PM10. In 2005 a regulation for sea salt was implemented in Dutch legislation. The sea salt levels in this regulation now appear to be too high and will be adjusted. This is the result of an evaluation on the basis of new measurement data on sea salt. Sea salt contributes to the level of particulate matter in the air.

Lower sea salt levels in The Netherlands: The new data on the estimated amount of sea salt in the air are based on measured concentrations of sodium. Sodium is a more reliable source of information than the chloride concentrations that are used in the current Dutch method. Measurements of sodium in PM10 reference samples indicate that sea salt concentrations are nearly 50% lower than the levels estimated in the current regulation. The new estimate is based on the reference method for the sampling of particulate matter (PM10) and complies with the European regulations.

Adjustment of the correction: According to the directive the number of days with PM10 levels above 50 g/m3 may not be larger than 35. Due to the natural contribution this number of days may be corrected. Currently a flat number of six exceedance days can be discarded for the whole country. With the new assessment this number of days will be lower. Also allows the new assessment a differentiation over the various Dutch provinces. Near the coast the number of days, that can be discarded due to the amount of sea salt, will now be four instead of six. In the eastern part of the country the number of days reduces from six to two.

The effect of changing the method for sea salt reduction on the number of PM10 exceedances is presumably small. Measurement results in 2010 show no limit value exceedances even without sea salt correction. For 2011 some exceedances may be measured due to other weather conditions.

RIVM - Bilthoven - the Netherlands - www.rivm.nl

Display English

Rapport in het kort
In de Europese luchtkwaliteit richtlijn staat dat natuurlijke bijdragen aan de concentraties van fijn stof (PM10) mogen worden afgetrokken van de totale hoeveelheid fijn stof. In 2005 is in dat verband in de Nederlandse Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit een methode voor de hoeveelheid zeezout vastgelegd. De 'zeezoutcorrectie' die daarmee werd bepaald, was echter te ruim en is nu bijgesteld. Dit blijkt uit een evaluatie van de methode door het RIVM, op basis van nieuwe meetgegevens over zeezout. Zeezout draagt bij aan de hoeveelheid fijnstofdeeltjes in de lucht.

Lagere zeezoutconcentratie in Nederland: De nieuwe gegevens van de geschatte hoeveelheid zeezout in de lucht zijn gebaseerd op gemeten concentraties natrium. Dit is een betrouwbaardere bron dan de chlorideconcentraties waarop de huidige zeezoutregeling is gebaseerd. Recente metingen van natrium in fijn stof (PM10) geven aan dat de jaargemiddelde zeezoutconcentratie in Nederland bijna de helft lager is dan was geschat. Hierdoor kan de natuurlijke bijdrage eveneens lager worden ingeschat. De nieuwe schatting is gebaseerd op de referentiemethode voor de monsterneming van fijn stof (PM10) en voldoet aan de Europese eisen.

Correcties voor zeezout aangepast: De wet stelt een maximum aan het aantal dagen waarop PM10 boven de norm van 50 microgram per kubieke meter mag komen (35 dagen). Vanwege de natuurlijke bijdragen valt een aantal dagen af. Voor zeezout mochten in heel Nederland zes dagen worden afgetrokken. Met de nieuwe methode is dit aantal overschrijdingsdagen voor zeezout lager. Bovendien kan dat aantal op basis van de nieuwe data worden gedifferentieerd naar verschillende regio's van Nederland. Zo verandert de correctie voor het aantal normoverschrijdingsdagen in gebieden langs de kust van zes naar vier dagen. In het binnenland gaat deze correctie van zes naar twee dagen.

Naar verwachting zijn de beleidsmatige gevolgen van de voorgestelde methode gering. Zelfs zonder de zeezoutaftrek is op de Nederlandse meetpunten het aantal overschrijdingsdagen in 2010 namelijk niet overschreden. Voor 2011 worden, als gevolg van andere weersomstandigheden (droog voorjaar), wel overschrijdingen verwacht.

RIVM - Bilthoven - Nederland - www.rivm.nl
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM TNO ECN
( 2012-02-16 )