English Abstract The average ammonia air concentration in nature areas
varies strongly. Air concentrations are lower in large nature reserves
compared to smaller ones. This is due to the strong dependence of ammonia
concentration on the distance from (local) agricultural activities.
Agricultural activities are the main sources of ammonia; the effect of
highways on adjacent nature areas is limited to an increase in ammonia
concentration of 1-2 mug/m3. These conclusions are based on three years of
measurements carried out by the Measuring Ammonia in Nature areas network.
The data set has been validated and calibrated using reference measurements.
The measurement network quantifies the influence of ammonia sources outside
nature areas. It was established in 2005 to monitor the behaviour of
ammonia concentrations in nature areas and to validate the model
computations of concentrations that are commonly used. All measurements
take place in Natura-2000 reserves situated on poor sandy soils, which are
sensitive to eutrophication due to ammonia deposition.
Monthly mean air concentrations are measured with passive samplers, a simple
and inexpensive method, in 29 nature areas scattered throughout the
Netherlands. The measurements are carried out at several locations in each
nature area in order to obtain information on spatial variations in ammonia
concentrations.
Ammonia concentrations are also computed with a new, experimental version of
the OPS-model of the National Institute for Public Health and the
Environment (RIVM) and the National Environmental Assessment Agency (PBL).
The computations compare well with the measurements, confirming that applied
changes in the model sufficiently mitigate the former difference between
computed and measured concentrations. The one exception to the rule is the
measured concentrations in dune areas which are, although low, several fold
higher than the computed ones.
Rapport in het kort
De gemiddelde ammoniakconcentratie in natuurgebieden
varieert sterk. In grote natuurgebieden zijn de concentraties lager dan in
kleine gebiedjes. De concentratie is namelijk afhankelijk van de afstand
van (lokale) agrarische activiteiten tot het gebied, aangezien deze de
voornaamste ammoniakbron vormen. De invloed van snelwegen op de
aangrenzende natuur blijkt beperkt met een verhoging van 1 tot 2 mug/m3.
Dit blijkt uit de eerste drie jaar aan meetresultaten van het Meetnet
Ammoniak in Natuurgebieden, die zijn gecontroleerd en met behulp van
referentiemetingen gekalibreerd.
Met het meetnet wordt de invloed van ammoniakbronnen buiten de
natuurgebieden in beeld gebracht. Het is in 2005 opgezet om
ammoniakconcentraties in de natuur te volgen en de modelberekeningen van de
concentratie te toetsen die standaard worden gebruikt. De metingen vinden
plaats in Natura 2000-gebieden die door hun ligging op arme zandgronden
kwetsbaar zijn voor bemesting door de atmosferische aanvoer van ammoniak.
Met zogeheten passieve samplers (buisjes), een eenvoudige en goedkope
methode, worden maandgemiddelde ammoniakconcentraties in de lucht gemeten in
29 natuurgebieden verspreid over heel Nederland. Om inzicht te krijgen hoe
de ammoniakconcentratie varieert binnen een natuurgebied wordt op meerdere
locaties in een gebied gemeten.
De ammoniakconcentraties zijn ook berekend met een nieuwe, experimentele
versie van het model OPS van het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving
(PBL). De berekeningen komen goed overeen met de metingen. Dit bevestigt
dat het voormalige verschil tussen berekende en gemeten
ammoniakconcentraties, het zogeheten ammoniakgat, door de gemaakte
aanpassingen in het model zo goed als verdwenen is. Alleen de gemeten
concentraties in de duingebieden zijn, hoewel heel laag, enkele malen hoger
dan de berekeningen.