English Abstract Considerable variation has been found in the
measurement frequency and the number of pesticides measured at
drinking-water company sites, but the general picture is that Dutch water
companies' monitoring is sufficient. The Dutch legislation includes
standards for pesticides but no indication of the exact pesticides to be
measured.
Based on research into achieving more harmony in monitoring pesticides, this
report presents two protocols to aid water companies in describing their
measurement strategies. The current motives of drinking-water companies for
setting up a measurement programme for pesticides are illustrated in the
results of the research. The following aspects play a role in the choice of
pesticides and measurement strategy: knowledge on the use of resources in
the surroundings, vulnerability of the extraction, analyses offered by the
water laboratory and frequencies agreed on between VEWIN and VROM.
Groundwater and surface water each have a separate protocol, with the
following aspects taken into consideration: - description of the raw water
source; - vulnerability analysis of the extraction well; - inventory of
resources relevant for pesticides; measurement frequency; - analysis
technique.
The univocality of and insight into the choice of pesticides, measurement
frequency and strategies are increased by following a protocol, and also
contribute to simplifying the annual inspection of the monitoring programme
by the VROM Inspectorate.
Rapport in het kort
Er zit veel variatie in de meetfrequentie en het aantal
bestrijdingsmiddelen in de meetprogramma's van drinkwaterbedrijven. Het
algemene beeld is dat de waterbedrijven voldoende monitoren. In het
Waterleidingbesluit is een norm voor bestrijdingsmiddelen geformuleerd, maar
er is niet gespecificeerd welke bestrijdingsmiddelen gemeten moeten worden.
Om tot een meer geharmoniseerde invulling te komen zijn in dit rapport twee
meetprotocollen opgenomen aan de hand waarvan de waterbedrijven hun
meetstrategie kunnen beschrijven.
De resultaten van het onderzoek geven een beeld van de huidige motieven die
drinkwaterbedrijven hanteren voor het opzetten van hun meetprogramma
bestrijdingsmiddelen. Aspecten die keuze van het bestrijdingsmiddelenpakket
beinvloeden zijn onder meer: kennis over gebruik van middelen in de
omgeving, de kwetsbaarheid van de winning, het analyse-aanbod van het
waterlaboratorium en meetfrequenties die tussen VEWIN en VROM zijn
afgesproken. Aan de hand van deze uitkomsten zijn voor grondwater en
oppervlaktewater twee aparte protocollen opgesteld. Hierin zijn de volgende
aspecten opgenomen: - beschrijving ruwwater bron; - kwetsbaarheidanalyse
van de winning; - inventariseren van relevante middelen; - meetfrequentie;
- analysetechniek.
De eenduidigheid en inzichtelijkheid in de keuze van middelen, de
meetfrequenties en de achterliggende strategieen worden door het volgen van
een protocol vergroot. Dit vereenvoudigt tevens de jaarlijkse controle op
die meetprogramma's door de VROM-Inspectie.